interviews

28 januari 2009

MERCI IN PARIS

In alle vroegte stond ik met een stokboord onder de arm bij de Tabac om aan de bar een kopje koffie drinken. Ik was niet de enige, maar dat deerde niet – het Koreaanse echtpaar achter de bar had de wind er goed onder. Een paar maanden geleden had hier nog een chagerijnige, dikke Fransman de scepter gezwaaid.

De omloopsnelheid van café’s en winkels in dit deel van Parijs, het tiende arrondisement, is ongelofelijk. Je bent de straat, Chateau d’Eau, bij wijze van spreken, nog niet uit of een slager is ermee gestopt en in zijn pand zit nu een internetcafé dat over een maand of drie een telefoonwinkel zal zijn. Hoeveel telefoonwinkels kan een stad hebben? In Parijs moeten het er vele duizenden zijn.

“Café crème,” zei ik tegen de Koreaan achter de toog. Hij knikte gedienstig. In tegenstelling tot zijn vrouw die de sigaretten en het loterijwrzen bestiert, spreekt deze man nauwelijks Frans. De paar woorden die hij verstaat hebben allemaal betrekking op koffie en het enige woord dat hij kan zeggen is “merci”. Je vraagt je af hoe die mensen in het redden in de metropool, waar ze wonen, wat hen bezielt, dat soort dingen.

Mijn koffie verscheen.

“Merci,” zei ik.

“Merci,” zei de Koreaan terug. Hij had een prachtgie glimlach op zijn gezicht, maar het ontging hem niet dat ik een beetje zoekend om mij een keek – de suiker.

Hij schoog een oranje voelbal mij kant op. Voor de helft was die open en daarin lagen de suikerklontjes.

“Merci,” zei ik nogmasals.

“Merci,” zei de Koreaan.

Wat mij betreft waren we zo een tijdje doorgegaan, maar er waren andere mannen aan de bar die ook hun koffie of bier of glaasje wijn bliefde. En ieder keer hoorde ik maar dat gedienstige, maar ook feestelijke merci klinken. Ik bestelde nog een koffie, een epsresso dit keer. Toen de consumptie er was, kon ik weer keurig “merci” zeggen. En de Koreaan ook.

“Merci.”

Waar hij mij deze keer voor bedankte weet ik niet. Misschien dacht hij wel merci zoiets als goedemorgen betekende. Ik roerde in min koffie en luisterde naar twee mannen naast me die het over het voetballen hadden. Ik kon er al snel geen touw aan vast knopen, maar dat was totaal geen punt, want de mannen verdwenen zodra ze hun koffie op hadden. Ze legden nonchalant wat geld op de bar, en weg waren ze. Het “merci” dat de eigenaar hen nawierp leken ze niet te horen. De uitbater keek in ieder geval bedrempeld.

Bij zijn vrouw was het druk. Een hele ploeg ouden van dagen wilde op de paarden spelen, krasloten of meedoen aan de grote bingo. Fransen doen mee aan het spelletjes met een aire van onoverwinnelijkheid, maar het zijn in feite goede verliezers. Dat bleek ook nu weer en na een tijd waren alle splers verdwenen en waren het Koreaanse echtpaar en ik de enige aanwezigen in de zaak. Van schrik bestelde ik nog maar een koffie, maar de dikke man riep in zijn eigen taal iets tegen de vrouw en verdween door een deur naar achter. Mevrouw maakte mijn koffie. Haar hele verschijning drukte uit dat ze eigenlijk geen flauw idee had wat ze hier in het verre Parijs deed.


Geschreven op 28 januari 2009