02 augustus 2008
EEN FRANS GEDICHT
Op het station van Limoges stapten ze in.
De oude man, de oude vrouw. Het was een
Hete dinsdagmiddag, desondanks droegen
Ze, boer en boerin, hun zondagse kleren –
Hun goeie goed, zou mijn moeder zeggen.
Ze aten allebei een Mars en zaten tegenover
Elkaar. De vrouw had een plastic tasje van
Douglas op tafel gelegd, de man een oude,
Kunstlederen map met papperassen erin.
Terwijl de trein begon te rijden, genoten ze
- als kinderen ja - van hun Mars, tot alleen
De wikkel over was, en die verdween
Keurig in het prullebakje.
De trein had inmiddels vaart en boorde
Zich een weg door wat een tunnel van
Bos, struikgewas en rotsblokken was.
De hemel was niet te zien, wel glinsterde
Beneden het snelle water van een rivier.
We gingen met de stroom mee.
De vrouw opende haar plastic tasje en
Er kwam een handwerkset tevoorschijn:
Een witte slab met daarbij in een fleurige
Foedraal alle naalden en spelden en bolletjes
Garen die ze nodig had om op de slab een
Speels tafereel te borduren. Ze had het
vaker bij de hand gehad, want al snel
Was ze geheel in het borduren verdiept,
En andersom gld het ook: het borduren
Was in haar verdiept.
Haar man keek zwijgend toe: voor hoeveel
Kleinkinderen had hij haar al niet een slabbetje
Zien borduren? Een milde glimlach gleed
Vermoeid over zijn oude gezicht, even sloot
Hij zijn ogen. En toen gebeurde het:
Naald weg.
Mevrouw keek zoekend in haar schoot, op
De vloer, in het gangpad, onder de tafel.
Meneer haalde uit zijn binnenzak een
Brillenkoker die hij langzaam opende,
Alsof er nu iets heel belangrijks stond te
Gebeuren.
Er kwam een grote bril uit, model Lee Towers.
Plechtig vouwde hij de poten open en met decorum
Plaatste hij het ding op zijn neus. Hij boog zich
Vanuit zijn stoel over het gangpad en keek. Maar
Zag niets.
Vrijwel onmiddellijk kwam er iets van boosheid
Over hem, maar of die nu de verdwenen naald,
Zijn vrouw of de reis naar de grote stad betrof,
Was niet helemaal duidelijk. Misschien een mix.
Zijn vrouw legde even een hand
Op de zijne, en dat was genoeg
Om hem te kalmeren. Hij nam de bril
Van zijn neus, vouwde de poten in,
Borg hem op in de koker en keek
Naar het voorbijschichtende groen.
Mevrouw hervatte het borduren
Met een een nieuwe naald.
En af en toe keek ze even op van haar werk
Om te zien hoe het het haar man ging.
Maar goed dat ze bijna thuis waren,
Zag je haar denken, zo’n grote
Stad dat was niks voor hem, niks voor hen.
Geschreven op 02 augustus 2008

