27 juni 2008
DE ZIEKE MAN
Sometimes I wonder what it takes to find dignity, zingt Bob Dylan in het lied Dignity. Ik vraag het me ook wel eens af, dezer dagen, want erg gelukkig ben ik niet. Nu heb ik geluk altijd een overschatte toestand gevonden, een staat van zijn die niet is vol te houden, hooguit een paar minuten kan duren, maar permanent somberen is het andere uiterste en altijd maar in trainingsbroek rondsukkelen, erg waardig is het niet.
Ik ben veel thuis. Misschien zou ik dat vaker moeten zijn en misschien heb ik die overweging hier al eens eerder voorbij laten dobberen. Thuis of niet thuis - dat is mijn persoonlijke to be or not to be. Vertrekken en terugkeren, het is een vermoeiend adagium. Kan er niet een beetje geworteld worden? Zijn rode sokken een goed begin? Rood is de kleur van het aarden, wist u dat? Maar goed, dezer dagen ben ik aan huis gekluisterd.
En wat doe ik?
Daarover kan ik, helaas, kort zijn: niets. Waar andere mannen nog wel eens een lamp ophangen, de tuin omspitten, een aardappel schillen, met de kinderen naar Hollands Next Top Model kijken, eindeloze slideshows van oude ingescande vakantiefoto's maken, inclusief muziek en melig commentaar, doe ik helemaal niets. Het is late in the game, maar een beetje spijt van mijn huishoudelijke afwezigheid heb ik wel, of had ik dat al eens gezegd? Het is voor een man een moeilijk inzicht, in ieder geval. Wat had ik niet allemaal beter en anders kunnen doen?
Ik ben overigens ziek, en daarom thuis.
Er is voor een vrouw, heeft mijn moeder me wel eens uitgelegd, niets erger dan een zieke man in huis. Het begin is nog wel dragelijk, zelfs een beetje romantisch: asperientje, glaasje water op het nachtkastje. Afwasteil eronder. 's Ochtends sinaasappelen uitpersen, een droog beschuitje voor de patient, bed verschonen, thermometer hanteren, papa weer onder de wol (verse pyjama aan) en dan, met vertraging, de eigen werkzaamheden: op maandag de was, maar eerst een kopje koffie en bellen met haar zusters.
Al snel begint de zieke mondig te worden en om de haverklap moet moeders naar de slaapkamer om het klagen aan te horen. Laat ze hem maar roepen, of hoort ze hem gewoon niet boven het geraas van de stofzuiger, dan wordt de stemming nog grimmig ook en altijd eindigt het ermee dat de patient het bed verlaat om zich in kamerjas en op pantoffels met moeders werk te gaan bemoeien.
Ook als een man nog nooit drie volle wasmanden natte was aan een lijn heeft opgehangen, weet hij precies hoe het moet - anders namelijk. Dit bemoeien overigens had niets kwaadaardigs, dat begreep mijn moeder ook wel. Het was nu eenmaal zoals de patient was. Hij kon niet anders, en wist niet beter. Daarbij is er voor een man niets leukers dan rond zijn vrouw te hangen, als een kind aan moeders rokken. Een ramp is het dus, zo'n zieke vent thuis.
Zelf ben ik ook een patient die graag naar zijn vrouw mag kijken. Zij is niet alleen mooi, maar ook verdomde handig. Ze timmert en schildert, ze stucadoort en legt electriciteit aan, het is werkelijk een lust voor het oog. Laatst heeft ze een keuken omgebouwd tot een bibliotheekje - daar zit ik dan in mijn stoel naar mijn boeken te kijken en aan haar te denken. Ongelofelijk hoe mooi die planken en kasten mij omringen, hoe kundig en liefdevol heeft ze dat voor elkaar gekregen. En alles nog waterpas ook! Er gaat, dat durf ik best te zeggen, een genezende werking van uit. Orde, rechte lijnen, zuiverheid.
Het is moeilijk om je er aan over te geven, maar als het je lukt, komt er vanzelf rust in de geest. En daar begint alle genezing mee. Bevreemdend is het wel dat ik niet zelf die orde en rust kan aanbrengen, of zou dat nou juist het geheim zijn? En het geheim waarvan dan? Over dat soort dingen piekert de zieke, 's ochtends om vier uur in zijn stoel temidden van zijn boeken. Buiten zijn de vogels al met zingen begonnen. Zij weten alles van Bob Dylans waardigheid.
Geschreven op 27 juni 2008

