30 juni 2008
VAKANTIE
Goedemorgen, daar ben ik weer. Maar ik ben wel ziek en daardoor beperkt in mijn actieradius. Bovendien heb ik veel pijn. Allerlei zenuwbanen zitten in het gedrang. Ik kom zelfs strompelend mijn eigen buurt niet meer uit, en meestal zit ik gewoon wat in mijn lievelingsstoel voor me uit te staren. De pijn maakt het vrijwel onmogelijk een boek vast te houden.
Ik begrijp dat u nu wilt weten wat ik precies mankeer, maar die nieuwsgierigheid ga ik niet bevredigen. De medische molens draaien, ik ben in goede handen, ik kan stokoud worden - daar moet u het mee doen.
En ik kan weer schrijven.
Het is overigens niet zo dat ik niet zou durven te zeggen wat ik precies mankeer, maar het is een ingewikkeld verhaal en ik vind dat we recht hebben op een beetje privacy. Bovendien wil ik geen snotterende gezichten aan mij onbekende ontbijttafels. U zou nu tegen kunnen werpen dat ik met genoemde privacy in andere gevallen heel wat losbandiger omspring, maar dan vergeet u dat u niet weet wat ik allemaal niet opschrijf.
Oke, ter zake.
Het is zondagochtend. Er hangt over de buurt een schilderachtige stilte. Dat lijkt me een uitdrukking waar Kees Fens wel raad mee zou hebben geweten. Schilderachttige stilte, en dat in een buurt waar de straten naar schrijvers zijn vernoemd, en niet naar de beste.
Staat het langs de stoep normaal gesproken vol met auto's, nu zijn er overal vrije plekken. Vanaf het balcon ziet het er uit als een breed lachende mond met hier en daar missende tanden. De buurt is met vakantie.
Ik heb ze zien gaan.
Neem de buren van een paar huizen verderop. Ze hebben een klein jongetje, jaar of vier, en een tweeling van anderhalf. De hele zaterdag was papa in zijn korte broek bezig de auto in de laden, zo'n gekke Chrysler Cruiser waar toch minder in kon dan hij zou willen, maar ja, de auto was er eerder dan de tweeling en na de zomer krijgt hij een grote Ford Mondeo.
Drie zitjes op de achterbank, DVD-schermpjes aan de hoofdsteunen van papa en mama, de bagageruimte zorgvuldig tot het plafond volgepakt: ik zie ze al rijden, tussen mama's benen ongetwijfeld een boodschappentas met een thermosfles koffie, broodjes, speelgoed, spenen, wetties, van die dingen die je onderweg nodig hebt.
Ze gaan richting Dordogne.
De weg daarheen is een weg die ik vele malen heb gereden. Iedere bocht en ieder benzinestation ken ik. Ik weet ook allerlei sluiproutes rond en door Parijs. Maar als iets een vakantieganger in de war brengt, zijn het goedbedoelde tips op de valreep, want hij heeft de hele reis al in zijn hoofd zitten.
Zo ook de buurman.
Zaterdagmiddag om vier uur was hij klaar met pakken. De kinderen speelden in de auto, met z'n allen achter het stuur, aan de knoppen zitten, aan de poken trekken. Alleen moeders en haar boodschappentas hoefden er nog maar bij, en weg kon het gezin. Maar ja, het plan was om de volgende dag in alle vroegte te vertrekken.
We wensten elkaar een goede zomer en ik vervolgde, met de hond, mijn weg. Toen we tien minuten later terug waren in onze straat, was het stil rond de Chrysler. Alleen de koplampen brandden. Ik kon nu bij buurman aanbellen om hem te waarschuwen. Maar ik kon ook gaan hopen dat zijn accu leeg liep en de volgende dag zijn vakantie begon met een uurtje wachten op de ANWB. Soms gun je een ander zomaar om niets een tegenslag, leuk stukje ook. Maar ik belde bij hem aan en vanochtend zijn ze in alle vroegte vertrokken.
Geschreven op 30 juni 2008

