interviews

18 juni 2008

DENKEN AAN NEDERLAND

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de rechte wegen in de Noordoostpolder, aan de pont bij Genemuiden, aan mannen die vissen in de Beulakerwijde.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan het strand van Nulde, een meisje daar gevonden, aan eieren en Barneveld, aan het Uddelermeer.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Hoorn en Enkhuizen en de Scheepsjongens van Bontekoe. Aan Hindelopen en de Elfstedentocht, aan Appingedam waar nooit iemand komt.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan een ijsje op de pier van Scheveningen, aan volgepakte stranden, aan wasgoed aan een boerenlijn: onderbroeken op volgorde van grootte.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de Vismarkt van Harderwijk, de bruggen over de Amsterdamse grachten en de moestuinen langs de muren van Zutphen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de Heilige Christoffel blinkend in goud op de kerktoren van Roermond, aan Tiel in de regen en aan De Rijp in Noord-Holland waar ooit walviswaarders kwamen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan auto's met chirstelijke visjes achterop, aan buitenwijken zwart geblakerd door de rook van barbecues, aan haring die de tong streelt en drop van Klene.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de hefbrug bij Dordrecht, het zicht op Rotterdam vanaf de Van Brienenoordbrug, aan huisvrouwen met praktisch haar en een clitorispiercing.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Rembrandt, Ruysdael en Haarlem, Cas Oorthuys en Bert Haanstra, aan luchten en landschappen, aan doordeweekse noestheid en zondagse rust, aan stilte die niet meer bestaat.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan rietkragen, paardenbloemen en magnolia's in bloei, aan rookpluimen van brandend riet in de Weerribben en de oude eik bij Vorden.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan steden als Leiden, Gouda en Delft die ooit stadjes waren, maar in het klein meer grandeur hadden dan nu in het groot, aan de basiliek van Oudenbosch en de watermolen van Boekelo, volgens de ANWB het bezoeken meer dan waard.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan bushaltes waar nooit iemand bij staat te wachten, aan lege Chinezen in stille straten die altgijd Peking of De Lange Muur heten, aan een uitsmijter bij Lichtmis.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan een eenzaam jongetje dat tegen een leeg blikje trapt, aan een oude vrouw achter een rollator, aan een hond die slaapt.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan gehakselde maisvelden in Twente, aan spruiten in Zeeland, net palmbomen, aan suikerbieten en klaver in het noorden van Groningen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan vliegtuigen van de KLM die opstijgen van Schiphol, aan fluitekruid in de bermen van de snelweg, aan de geur van pas gemaaid gras.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan kinderen die tegen de wind in naar school fietsen, aan een helicopter in de verte, aan iepenbomen die huilen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan jongens in korte broeken en mannen met petten, aan meisjes die touwtje springen en moeders die aardappels schillen. Aan vissers die netten boeten en boeren die hooien.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de ongereptheid van Willemstad waar ooit Napoleon logeerde, aan de Dommel die door Den Bosch slingert en aan het Vrijthof in Maastricht op een doodstille avond vlak voor het carnaval.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de rijkdom van grijs, tussen zwart en wit, aan de overdaad van kleur op de bollenvelden, aan mannen in regenjassen die met de fiets tussen de benen voor een stoplicht staan te wachten.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Deventer gezien van de andere kant van de Ijsel, aan het silhouet van Kampen, inclusief de oude brug over de rivier die er al lang niet meer is. Aan de sluis van Blokzijl en het stille straatje naar Kaatje.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de Super de Boer, Albert Heijn, Edah, Etos, Marskramer, Bruna en Hema, aan de boeken van Jan Wolkers, aan de stem van Philip Bloemendaal.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan het zonlicht dat op de Vecht valt, aan een hek in een mistig weiland, aan de vrouwen van Amsterdam, de mooiste van de wereld.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de Brink in Assen waar het beeld van een motorrijder staat, aan de Grote Markt in Groningen glimmend in de regen en aan de Waterpoort in Sneek.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de vuurwerkramp in Enschede die een prachtige nieuwbouwwijk opleverde, aan andere nieuwbouwwijken die lelijk zijn en aan de mensen die er wonen temidden van wipkippen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de afslag Hank Dussen, tussen Gorichem en Breda, aan het klepperen in de wind van een Nutricia-vlag, aan Heineken bier op een lange avond.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan het groen van de weilanden, de onstuimigheid van de lucht, aan het klotsen van het water en het gesnater van meeuwen, aan rodondendrons in het Gooi en voorbij Haarlem.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de rook van de Hoogovens, de sluizen bij Ijmuiden, aan de eindeloze Botlek, aan de chemie bij Delftzijl en GoogleEarth in Eemshaven.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan klokkenstoelen, bakspiekers en weidemolens die eruit zien alsof ze door Panaramenko zijn gemaakt. Aan Ledig Erf in Utrecht en Muurhuizen in Amersfoort, daar woont mijn broer.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de boulevard van Vlissingen en enorme schepen op de Westerschelde, aan het pittoreske Sluis aan de overkant in Zeeuws-Vlaanderen, aan oesters in Yerseke en meisjes uit Veere.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de Achmeatoren in Leeuwarden, aan de Rembrandttoren in Amsterdam die wij De toren van Rosa noemen, aan de toren waarin te Den Haag het ministerie van onderwijs is gevestigd.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de uiterwaarden van de rivieren, ondergelopen, aan de spoorbrug bij Zwolle, aan Herman Brood, in Zwolle geboren, aan de eerste tosti die ik at - in Zwolle.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de terrassen op het Plein en de hoeren in de Teerketelsteeg, aan de brink van Ruinen en schitterende tuinen in Brabant, aan Kanaleneiland en Geuzenveld, bij mij om de hoek.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan krokussen op het Weteringcircuit, narcissen langs de Haarlemmervaart, tulpen bij de bloemist, aan meisjes met blote navels en jongens met gel in hun haar, aan jonge gezinnen op het strand, vader trekt de bolderwagen door het zand, twee kinderen erin, moeder draagt de jongste op haar arm, en volgt.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan rotondes in Drachten, Alkmaar en Utrecht, de Berenkuil, aan kruispunten in de kop van Noord-Nederland en Drenthe, aan snelwegen die het Groene Hart omarmen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan de oude Zuiderzeestraatweg en de N 302 tussen Enkhuizen en Lelystad, aan de Koekjesbrug in Amsterdam, aan de Vismarkt in Groningen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Gazelle en Batavus, Puch en Tomos, Drum en Van Nelle, Rivella en Fanta met prik, aan vakanties op Ameland en een jeugd zonder zorgen.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Hazeldonk Oost en Hazeldonk West, de grensovergangen bij Breda, aan een verliefd stelletje dat afscheid neemt op een winderig perron, aan een eenzame den in een zanderige vlakte.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan het standbeeld van Willem II in Den Haag en de gedenknaald voor dezelfde Willem vlakbij Soestdijk, aan een snackbar van twee Egyptenaren, plastic stoelen voor de deur, aan de nieuwbouw rond Amersfoort en een vrijend stel op het strand.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan een vrijpartij in een duinpan, een sigaretje toe, aan een lange wandeling langs de zandverstuivingen van Bakkeveen, aan de bocht in het spoor bij Harderwijk.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan het Kanaleneiland waar ik ben geboren en de Eduard van Beijnumlaan in Dieren waar ik heb gewoond, aan de Eikensingel en de Prins Willem Alexanderlaan, andere adressen, aan het Akerkhof en de Rozengracht.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Vincent van Gogh in Drenthe en JC Bloem in Breukelen, aan de watertoren bij Steenwijk en de asperges in het land bij Venray.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Planken Wambuis, het Pampelse Zand en de Roggekamp, aan de vrouw van Kors van Bennekom, duizenden keren naakt gefotografeerd, alle keren met liefde. Aan bulderende wind en dagjesmensen die met opklaptafel en campingstoel in de berm zitten.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan Natuurmonumenten, Stadsherstel, Veilig Verkeer, www.adopteer een kip.nl en Vroege Vogels. Aan de geur van brood, vis en vers asfalt, aan dode katten langs de kant de weg.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan het schitterende Moddergat en het nabijgelegen Visbuurt, aan de Eeuwige laan van Bergen naar zee, aan de stilte in Franeker op een zaterdagavond en aan de Herengracht in Meppel.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan een kind op een schommel, moeder zit verderop lekker in het zonnetje, aan een oud echtpaar op de fiets, hij met een landkaart op het stuur, aan een eenzame automobilist op een leeg parkeerterrein, tijdschrift op schoot.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan zondagochtend in Amsterdam, aan de haven in Rotterdam, aan het zand van Kootwijkerbroek en de kluiten modder in de Haarlemmermeer, aan de lange weg naar Den Helder.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Aan vroeger, soms, toen alles beter was en fotografen en cineasten een Nederland vastlegden dat voor eeuwig een ansichtkaart zal zijn. Aan het heden dat grimmig en vol en slordig is, aan de toekomst die gek genoeg schitterend zal zijn, want wie niet droomt, zal vroeg sterven.

Als ik denk aan Nederland, waar denk ik dan aan? Als ik het wist, zou ik het zeggen - voorlopig heb ik er alleen maar heimwee naar, heimwee naar Nederland.

voorwoord bij Cas Ooorthuys "De Steden", uitgeverij Contact 2008


Geschreven op 18 juni 2008