07 juni 2008
DE ZOGENDE VROUW
Tegen de zogende vrouw in het openbaar heb ik geen bezwaar, maar ik geloof dat ik me er wel eens negatief over heb uitgelaten. Misschien dat ik toen de juiste woorden niet ter beschikking had, want geef toe: zogende vrouw klinkt prachtig. Het zou de titel van een meesterwerk uit de zeventiende eeuw kunnen zijn. Zogende vrouw. Minstens zo mooi als Slapend Meisje.
Door omstandigheden zie ik vaak zogende vrouwen. Dat komt omdat ik in de buurt van allerlei geboortewinkels en creches woon. In mijn stamcafe wemelt het van de jonge moeders met pasgeborenen. En zoals mama behoefte heeft aan glaasje rose op zijn tijd, moet ook de kleine eten. Niet alle vrouwen zijn er even bedreven in, maar soms tref je een exemplaar dat op volstrekt elegante en logische wijze een borst uit haar blouse en BH wipt, de baby aanlegt en hupsakee - daar heeft het zogen een aanvang genomen. Aanleggen, ook zo'n fijn woord. Na het zogen volgt trouwens een ander hoogtepunt: het boertje. Ja, laat de natuur maar schuiven. Zolang we het treffend benoemen en met maximale empathie gadeslaan is er niets aan de hand.
Zo probeer ik in het leven te staan.
Laatst las ik The Senator's Wife, een roman van de Amerikaanse schrijfster Sue Miller. Het gaat over een jonge vrouw en haar mannetje die twee onder een kap komen te wonen met een oude dame die weliswaar getrouwd is met een senator, maar die toch alleen woont, omdat ze meneer reeds langs geleden de deur wees omdat hij chronisch vreemdging, onder andere met de beste vriendin van hun dochter. Toch houden mevrouw en de senator er nog een liefdesrelatie op na, af en toe treffen ze elkaar in een hotel.
De jonge buurvrouw raakt gefascineerd door die dame naast haar, en haar vreemde leven, en wordt op een dag zwanger, want zo gaat het met jonge vrouwen. Ongeveer op hetzelfde moment dat de baby ter wereld komt, krijgt de oude senator een hersenbloeding die hem min of meer invalide maakt en zijn vrouw neemt hem in huis om hem liefdevol te verzorgen. Eindelijk heeft ze hem terug, en helemaal voor zichzelf. Nooit meer kan hij haar onttrouw zijn.
Dat had ze gedacht.
Af en toe springt de jonge buurvrouw bij om te helpen met de oude man. Ze leest hem voor uit de krant, perst eens een sinaasappeltje voor hem uit, houdt hem gezelschap. Ze heeft op zulke momenten altijd haar baby bij zich, en als die begint te huilen, geeft ze hem de borst. De oude senator heeft daar geen moeite mee, sterker nog: hij vindt het een genot om naar te kijken. Tot op een dag de baby niet huilt en de patient met zijn doordringende, charmante ogen en enkele dierlijke geluiden in slaagt de jonge vrouw te verleiden dan maar voor hem haar rijpe boezem te ontbloten. Ze schaamt zich dood, en jaar borsten schieten ook nog eens toe. Een ander mooi woord in dit verband: toeschieten.
En uitgerekend op dat moment komt de vrouw van de oude senator binnen! Heeft ze haar man eindelijk terug en voor zichzelf, weet hij nog een argeloze buurvrouw uit haar blouse te kijken. Prompt gooit de oude dame haar man de deur uit, en nu voor eens en voor altijd. Tsja, het leven zit vol verrassingen en vreemde wendingen. En er is altijd meer verdriet dan plezier onder de mensen, maar dat terzijde.
De scene deed mij onmiddellijk denken aan het beroemde einde van The Grapes of Wrath van John Steinbeck, een roman die in de gereformeerde huiskamers van mijn jeugd overal in de kast stond met de Nederlandse titel De Druiven der Gramschap. Aan het einde van de boek komt ook een zogende vrouw voor, maar als ik me niet vergis is haar baby kort geleden overleden, en nu zoogt ze (omdat haar borsten nu eenmaal toch vol gezonde voeding zitten) een oude, hongerige man. Het kan zelf zijn dat hij stervende is, ik heb het boek lang niet gelezen en het staat hier weliswaar in de kast, maar ik wil het niet checken. Het is soms beter je iets foutief te herinneren dan de exacte feiten te weten. Denk daar maar eens over na. Tot zo ver de zogende vrouw.
Geschreven op 07 juni 2008

