31 mei 2008
MAN IN DE WAR
We ontvingen een brief van Joke van der Louw uit Oisterwijk, Brabant. Zij weet zeker dat schrijver dezes in een midlife crisis zit. Verhalen over auto’s, schoenen met kwastjes, tepels die door blousjes prikken. En altijd maar die bittere toon.
Pardon?!?
Ik krabde eens goed aan mijn kin. Geen baard, ging het na enige tijd langzaam door me heen. Ik was niet helemaal wakker. Als een man een baard laat staan, is er iets aan de knikker. Ik laat nooit een baard staan, alleen op vakantie en dan mislukt het meestal. Jammer, dat wel. Ik zou graag een prachtige baard hebben. Achter een baard kan een man zich verschuilen. Een nadeel is natuurlijk dat er etensresten in blijven hangen en dat hij jeukt. Dat laatste weet ik alleen uit observatie. Mannen met baarden zitten altijd te krabben. Wat je ook vaak ziet is dat ze er liefdevol aan zitten te plukken. Alsof het heerlijk is, die camouflage.
Wat wijst er nog meer op een midlife crisis?
Oke. Eerlijk is eerlijk. Laat ik de koe bij de horens vatten. Vooruit met de geit. Regelmatig strijk ik neer op het terras van een cafe waar de gemiddelde leeftijd van de clientele zo rond de twintig ligt. De gemiddelde bezoeker in deze uitspanning is ook nog van het vrouwelijk geslacht. Dus daar zit ik dan oud te zijn, maar in wezen te hopen tot een van die strakke dingen de stoute schoenen aantrekt en mij aan de haak slaat. Of anderzins tot actie overgaat. Misschien hoop ik het te graag, of te zichtbaar, want het wil maar niet gebeuren. Als het trouwens wel zou gebeuren, zou ik me geen raad weten: wat moet een oude man met een jonge bloem, behalve haar plukken? Precies, niets.
Laatst kocht ik een CD van ene Martha Wainwright. I know you are married, but I got feelings too heet dat plaatje. Die titel vat de valkuil die een jonge bloem is perfect samen. Mooi plaatje trouwens. Een ander gevaar: voor je het weet moet je aan een tweede leg beginnen. En niets is pathetischer dan een vijftigplussende man achter een kinderwagen, nou ja, ene vijftigplusser in een korte broek op een bakfiets met twee blonde koppies erin. Of is nou typische zoals een man in een midlifecrisis het ziet? Verlang ik er eigenlijk stiekem naar?
Nee.
Mijn midlifecrisis is voorbij. Jammer. As ik hem nu zou hebben, kon ik mikken op een eindleeftijd van tegen de honderd. Nu moet ik het doen met tachtig, want met mijn midlifecrisis was tien jaar geleden. Ik was toen veertig en het leven begon, zoals dat altijd zo mooi heet. Dat het leven met een knetterende bak ellende van start ging, wist ik niet. Had ik het wel geweten dan was het nog gebeurd, maar dat terzijde.
Hoe dan ook; ineens was ik het spoor bijster. Veel lijn en richting had er toch al niet in mijn leven gezeten, maar nu, tien jaar geleden dus, wilde ik ineens bij de gemeente werken. Een rustige betrekking achter een opgeruimd bureau, dat was mijn droom. Een OV-jaarkaart, een rugzak en vooral een vrouw op gezondheidssandalen. Een bescheiden tuintje, een abonnement op Grasduinen en een pijp, als enige kleine zonde. Ruim twee jaar was ik volkomen de kluts kwijt. Zelfs de beste psychiaters (zij zijn inmiddels overleden) wisten niet was er aan de hand was. Tot een van mijn vrienden zei: “jongen, je zit in een midlife-crisis.” Toen viel de rijksdaalder.
Hehe.
Het is met een midlifecrisis zo, weet ik nu dus uit ervaring, dat hij voorbij is zodra hij is benoemd. Alleen weet je dat niet als crisisbelever. En als niemand het tegen je zegt, kun je zomaar ineens moederziel alleen op een zielig flatje in een buitenwijk achter een diepvriesmaaltijd zitten.
Van de een op de andere dag kon ik destijds weer lekker slapen. Al mijn dromen van een beter leven waren voorbij. Ook de hormonen kwamen tot rust. Ik kon weer met een gerust hart en een gekalmeerd kruis naar vrouwen op Birckenstocks kijken, sterker nog: bij mij om de hoek vestigde zich een speciaalzaak in die sandalen. Ik had er geen enkele moeite mee. Het oude leven pastte me als een goede schoen, zonder kwastjes op de wreef. Ik was mezelf weer, helemaal volwassen, niets aan de hand.
Geschreven op 31 mei 2008

