22 april 2008
OP NAAR ROKJESDAG
Het zou kunnen, vandaag. Rokjesdag. Het zou kunnen. Maar misschien is de wind nog wat te fris. In dat geval zou het woensdag bingo kunnen zijn. Dan komt de wind uit een warmere hoek, en is de temperatuur dus hoger. Alleen is er morgen minder zon dan vandaag. Iets later in de week zou het trouwens ook kunnen, misschien is dat een veiliger idee. Maar hoe dan ook, de dag hangt in de lucht.
Rokjesdag.
Gisteren een wandeling gemaakt door de eigen stad. Wanneer doe je dat nou? Een drukte van belang op straat, volle terrassen, nergens een bankje waar niet iemand op zat te genieten van de zon. Zelfs bij het verzorgingstehuis om de hoek waren de oudjes naar buiten gereden. In menige deuropening van menige winkel stond een personeelslid even snel een sigaret te roken.
Maar nog geen rokjes.
En geen blote benen.
Wel jonge vrouwen die rond het middaguur kledingstukken uit begonnen te trekken. Op de terrassen zag je ineens decollete's, blote schouders. Veel opgestroopte mouwen, geen jassen meer. Iedereen droeg een zonnebril - daar moet je ook maar altijd op voorbereid zijn, om die bij je te hebben. Ineens zag je ook overal weer rose opduiken, en cabrio's natuurlijk.
De cabriolet.
Ik weet het niet met de open auto. Vaak zit er een man achter het stuur die een pet draagt. En een polo. Dat vind ik geen fijne combinatie. Doet mij altijd denken aan die mannen die eenzaam met een enorme sloep rondvaren door de grachten - pet op, roer nonchalant in de knuist.
Alsof ze laten zien hoe groot ze zijn geschapen, maar aan wie? Of ze hebben geen vrouw, of hun vrouw wil niet mee uit varen. Dat laatste is nog treuriger dan het eerste. Een vergelijkbare zweem van verdriet hangt rond de cabrio, tenzij er natuurlijk drie leuke meiden in zitten. Twee stelletjes mag ook: jongens voorin, meisjes achterin. Maar daar is het de tijd nog niet voor. De eerste opendakkers die je ziet, zijn altijd die mannen in hun eentje.
Terug naar de rokjes.
Ik ben geen vrouw, en dat is wel eens jammer, ook voor mezelf. Toch kan ik me voorstellen dat een vrouw, en zekere een jonge, ineens kan gaan verlangen naar een zachte bries om haar blote benen. Een bevrijdend, of bevrijd gevoel moet dat geven. Heerlijk, geen jeans meer aan, geen kousen of maillots, gewoon de zon op de huid voelen. Oké, je moet even door de zure appel van de ontharing heen, maar dan heb je ook wat.
Gisteren was echt zo'n dag dat je aan vrouwen op straat kon zien dat ze er over nadachten, nee, er stilletjes op hoopten. In gedachten gingen ze hun klerenkast af; welk rokje zal het eerste rokje worden dat ze aantrekken? En wat er bij, en welke schoenen?
Misschien is het dus vandaag.
Het zou kunnen. En als het niet vandaag is, dan zijn er wel vandaag duizenden vrouwen die het toch vanochtend al even overwogen toen ze zichzelf in de spiegel van de badkamer bekeken. Dat alleen al is iets om vrolijk van te worden.
Niet dat het nou zo geweldig is om ineens alleen maar blote benen te zien. Er zitten hele lelijke tussen, hele witte, heel rare, hele dikke, hele dunne en hele zielige. Het gaat meer om het idee. Om het optimisme dat ten grondslag ligt aan rokjes, om het geloof in betere tijden dat altijd een handje geholpen moet worden. Desnoods met een verkeerde voorspelling.
Geschreven op 22 april 2008

