14 maart 2008
BERICHT UIT ROTTERDAM
Rotterdam – stad der steden, althans: wat Nederland betreft. De Breyten Breytenbach-boom op de Mauritsweg. Middenin de stad. Een machtige plataan op een betonnen plateau dat de gracht in steekt. Eenden, afval, een junkie op een bank, met een mobieltje zonder beltegoed. De boom is niet alleen naar de Zuid-Afrikaanse dichter vernoemd, maar ook ooit opgedragen aan de onbekende dichter.
Jawel.
De onbekende soldaat kennen we. Duizenden, honderdduizenden zijn er. Onbekende soldaten. Vermalen op de slagvelden van Europa: onherkenbaar in de dood. Maar wat is een onbekende dichter? Een dichter die niemand kent? Een dichter die nooit heeft gepubliceerd? Een dichter die zijn gedichten nooit aan het papier heeft toevertrouwd? Een onbekende dichter zijn we allemaal.
d
Een tram komt voorbij. Hij gaat naar Lombardije. Een schitterend eindpunt voor een tram. Alsof je op vakantie gaat. Op de zijkant staan in vrolijke kleuren woorden geschreven: Vooruit is niet altijd rechtdoor. Daar kun je lang over nadenken.
Maar ook kort.
De tram rijdt onder het portret van Multatuli door. Het hangt aan de gevel van VidaVita, hoek Mauritsweg en Van Oldenbarneveldtstraat. “Van de maan af gezien zijn we allemaal even groot,” staat er boven het hoofd van de grote schrijver. Het is een waarheid als een koe, en daar houden ze van in Rotterdam. Onbekende dichters, bekende dichters, geliefde dichters, wereldberoemde dichters. In het licht van de eeuwigheid, en vanuit de verte beschouwd, stelt het allemaal niets voor.
En is iedereen klein.
Verderop aan de Mauritsweg een gammel pandje met als slagzin aan de gevel: Stop Met Lijden. Aanstaande goede vrijdag kunt u zich melden voor een lezing over Slecht Leven. Links van het pandje zit een kapsalon, met daarboven recruitmentbureau Fintrex, rechts het Schipperscentrum – ik vermoed een instelling voor eenzame schippers, mannen die van jenever houden.
Stop Met Lijden – hoeveel onbekende dichters zouden op die slagzin afkomen? Het moet als stroop zijn, of als een magneet. Of wil de onbekende dichter juist niet stoppen met lijden? Zijn er uberhaupt nog dichters die een lijdensweg ambieren? Je hoort er nooit iets over. Dichters zijn succesvol, of ze bestaan niet. En als ze zonder succes tóch bestaan, gokken ze op de eeuwigheid.
Wie in Rotterdam is, mag de Maas niet missen. Je moet het machtige water even zien, en haar geur opsnuiven. Sta je daar, dus, aan de waterkant, komt er een binnenvaartschip voorbij. Het ligt diep in het water. De rivier klotst door de gangboorden. Zo diep. En hoe heet het schip?
De Afhankelijkheid.
Dat is een raadselachtige naam voor een schip. Zeker, een schipper en zijn gezin zijn afhankelijk van allerlei andere omstandigheden. Van Gods goedertierendheid ook. En van de beurs, en de waterstanden. Maar om die ongewisheid nou breed uit te venten door je schip De Afhankelijkheid te noemen – dat geeft te denken. Of moeten we de naam opvatten als een nederige knieval, een vorm van zen: rustig, helder fatalisme.
Onafhankelijkheid, vrijheid: het klinkt goed, en het is leuk om na te streven, maar als het puntje bij paaltje komt, ja dan, dan zijn we allen afhankelijk, van vanalles en nog wat. Ook voor onbekende dichters geldt dit, voor hem misschien nog het meest.
Kijk hem gaan, De Afhankelijkheid. Als een mes snijdt hij door de Maas. Geen wolkje aan de horizon.
Geschreven op 14 maart 2008

