11 oktober 2007
STEMMEN IN ONDIEP
Zo'n buurt waar veel over te doen is geweest, en waar minister Vogelaar de komende jaren miljoenen in gaat investeren: Ondiep in Utrecht. Bestaat uit drie wijken: Bloemen, bomen en fruit. Eenvoudige, naoorlogse huizen, smalle, lange straten, relatief veel groen. De gemiddelde leeftijd is hier 35,8 jaar, het gemiddeld besteedbare inkomen 24,500 euro. Nog wat cijfers: 39% van de bewoners voelt zich wel eens onveilig in de buurt, 19% heeft last van jongeren.
Een volksbuurt.
Waaraan is een volksbuurt te herkennen? Kleine huiskamers volgepakt met zware, houten meubels, porcelein, spiegels en veel te grote televisies. Mannen op straat die in trainingspak de hond uitlaten, voortuintjes geplaveid met tegels, hier en daar een geparkeerde scootmobiel. Voorzieningen voor de jeugd met hoge hekken omgeven en oude auto's met snelle velgen en dikke uitlaten langs de stoepen.
Op de hoek Boerhaaveplein en Elsstraat staat basisschool De Boemerang. Daarin is vandaag gevestigd stembureau no. 45, een van de 165 stembureau's die zijn opgetuigd voor de burgemeestersverkiezing die gaat tussen de twee PvdA'ers Aleid Wolfsen en Ralph Pans. Van die twee is het vooral de Kampenaar Wolfsen die graag wil; hij weet zelfs waar je lekker ijs kunt kopen in de Domstad, bij Roberto's. Pans doet alleen maar mee omdat hij moet; hij weet helemaal niets van Utrecht en wil er eigenlijk ook geen burgemeester van zijn.
Achter de bekende tafel in het stembureau zitten drie goedwillende burgers; een man geflankeerd door twee dames. Ze hebben puzzelboekjes en een roman van Connie Palmen op tafel liggen. Ook zijn er een schaal met drop, en een pak stroopwafels. Om bijna twaalf uur zijn er van de 1500 kiesgerechtigden uit de buurt 28 mensen langs geweest, één Turkse meneer die ook namens zijn vrouw wilde stemmen, maar haar handtekening niet op de volmacht had staan (die kon hij zelf wel zetten) niet meegerekend. Nog geen twee procent opkomst dus, en dat is het beeld in heel Utrecht. Je zal aan het einde van zo'n farce burgemeester worden. Als je vent bent, bedank je dan voor de eer. Maar een vent en politiek zijn onverenigbare grootheden en zo wordt de kloof tussen burgers en bestuur steeds dieper - geen hond die het wat kan schelen.
De school gaat intussen uit. Moeders wachten voor de deur, fiets aan de hand, sigaretje erbij. Vaders zijn er ook, met de auto. Buitenlandse vrouwen met hoofddoeken, klein grut aan hun rokken. Een bijna feestelijke stemming: kinderen die de vrije woensdagmiddag tegemoet hollen. Een half uur later zijn ze allemaal weg en ligt het Boerhaaveplein er weer stil bij. Een eenzaam meisje fietst rond de voetbalkooi.
Op de stoep van de school spreekt een juf nog even met een Turkse man met een wit mutsje op. "Hij moest tot half één boven blijven om zijn werk af te maken," zegt ze met schelle stem, "toen ging ik naar beneden om de klas uit te laten en toen is hij stiekem weggeglipt."
De Turkse man knikt.
"Ik heb zijn vader gebeld, maar die neemt niet op," besluit de juf boos, en de Turkse man zegt zachtjes toe dat hij wel even bij het gezin langs zal gaan. Met gebogen schouders gaat hij op pad.
"Kom, we gaan nou echt naar huis!" roept een blonde vrouw die uit de Esstraat komt gelopen naar het fietsende meisje op het plein. Ze klapt ouderwets in haar handen, en het kind gehoorzaamt, zij het met gezonde tegenzin. Een man die blanco gaat stemmen, sloft achter haar de school binnen.
Geschreven op 11 oktober 2007

