12 oktober 2007
ATLAS VAN NEDERLAND
De Bosatlas is een begrip. Wie had hem niet op school? Mijn eerste exemplaar kan ik me niet meer herinneren. Er staat me, vaag, een dun, bruin, stoffig boek voor de geest. Later had ik geruime tijd een grote Bos die grijs was, met blauwe belettering. Het fascinerende van een atlas is dat hij de reislust opwekt, maar dat je er ook mee thuis kunt blijven. Een atlas brengt de wereld op schoot.
Gisteren ontving premier Balkenende het eerste exemplaar van de Bosatlas van Nederland. Wij wonen dan wel in een klein land, de atlas die Wolters-Noordhoff erover heeft gemaakt, telt toch maar liefst 558 pagina's. Op de meeste daarvan staan kaarten; kaarten van hele land, van provincies, van dorpen, steden en streken. Oude kaarten, nieuwe kaarten - kaarten met allerlei informatie: de verspreiding van tienermoeders over Nederland (er wonen er opvallend veel in de regio Vlagtwedde), de ligging van asielzoekerscentra, de woningdichtheid per regio, alle wandel en fietsroutes in het land, enzovoorts, enzoverder. In welke gemeente staan de meeste recreatiewoningen, in welke stadswijk wonen de meeste hooopgeleide blanken, waar is de werkeloosheid het hoogst en de huisarstenpost het verst weg, in welke regio staan de meeste kantoren, waar rijden de meeste bussen, hoeveel dorpen liggen er in welke provincie - op al die vragen geeft de Bosatlas van Nederland antwoord.
Een standaardwerk dus.
Behalve het heden, besteedt de atlas ook veel aandacht aan het verleden. Het is ook nog eens een geschiedenisboek. De strijd tegen het water, het ontstaan van de Utrechtse heuvelrug, de vorming van de gasvelden, het over elkaar heen schuiven en botsen van aardplaten, de geschiedenis, kortom, van de bodem: alles perfect in kaart gebracht.
Maar niet alleen die geschiedenis: ook de sociale en politieke historie komt aan bod. Nederland in het jaar 600, De Republiek, de Franse tijd, de Tweede Wereldoorlog, de naoorlogse groei: snelwegen, industrie, buitenwijken. Alles behandelt deze atlas, zelfs de plaatsnamen die in Brabant tijdens het carnaval gelden en de vele missies die de Nederlandse strijdkrachten buiten de landsgrenzen hebben uitgevoerd.
Bestaat er zoiets als de Nederlandse identiteit? Daarover is de laatste weken veel commotie geweest. Het schijnt dat de meningen verdeeld zijn. Dat is sowieso al heel Nederlands: als het over onszelf gaat, zijn wij altijd verdeeld. Als één man staan wij alleen achter het Nederlands elftal, als de jongens het tenminste goed doen. Spelen ze klote, dan vallen we Oranje af. Wat dat betreft zijn we niet erg standvastig.
De Bosatlas van Nederland geeft niet het antwoord op de vraag naar de Nederlandse identiteit. Er staan bijvoorbeeld geen kaart in waarop te zien is in welke regio's de meeste huishoudens wonen die de visite bij de thee één koekje serveren. Die Maxima is nooit bij iemand op bezoek geweest die dat haar heeft geflikt, of het moet haar eigen schoonmoeder zijn geweest. Dat ene koekje is een typische beeldspraak uit de koker van een speechschrijver - wie zou die toespraak van de kroonprinses hebben geschreven? We zullen het nooit weten. Wat we daarentegen wel allemaal te weten kunnen komen in de Bosatlas, weegt daar ruimschoots tegenop.
Je zou zeggen: we kennen het nu zo langzamerhand wel, dat Nederland - maar pas als het zo volledig in kaart is gebracht als in een atlas als deze, zie je hoe ongelofelijk groot de verscheidenheid is, en hoe ontzettend veel er is te beleven. Verplichte kost dus voor somberaars en onheilsprofeten, deze Bosatlas van Nederland.
Geschreven op 12 oktober 2007

