24 september 2007
VADER EN ZOON
"Toe maar kerel," zegt de vader tegen het jongetje dat hij omhoog houdt bij een urinoir in het herentoilet van een benzinestation: verweerde spiegels, volle prullebak, een natte vloer. Het is zondagmiddag en de mensen zijn massaal op pad. Je hoort de snelweg razen.
"Ik moet niet," piept het jongetje.
"Daarnet moest je anders nog wel, kom op," zegt vader ongeduldig. Hij verplaatst zijn handen iets, zodat hij het kind beter vast kan houden; hij heeft hem nu onder de oksels beet. Zowel vader als zoon zijn blond.
"Ik plas pap, kijk," zegt het jongetje.
Pap kijkt, en verdomd. "Goed zo kerel, keurig!"
Het jongetje mag dan klein zijn, hij plast lang. Het kan ook zijn dat het de eerste keer is dat hij in een echte pisbak mag plassen en er het maximum uit wil slepen. "Kijk pap," zegt hij, "in het gaatje."
"Heel goed, vent," zegt pap.
"En nu de rand," gaat het jongetje verder. Hij heeft de smaak te pakken. Dat is duidelijk.
"Niet eroverheen hè..."
"Nee, niet eroverheen," zegt het jongetje. Hij is niet alleen trots op zijn plasprestatie, maar ook op het verbond met zijn vader. Mannen onder elkaar - hij voelt voor het eerst hoe het is.
"Ben je al klaar?"
"Bijna pap. Moet jij ook?" Dat laatste klinkt hoopvol, maar is een brug te ver.
"Nee," zegt pap.
"Ooh."
"En denk erom," zegt vader streng, terwijl hij streng naar beneden kijkt, "niet je piemel nat terugstoppen. Je moet er een beetje aan wiebelen als je klaar bent. Ben je klaar?"
"Ja."
"Wiebel dan. Met je hand."
Het jongetje doet wat hem wordt gezegd.
'Goed zo kerel," zegt vader, "en nu gaan we doortrekken." Hij tilt het jongetje nog iets hoger en houdt hem scheef naar voren, zodat hij bij de knop boven het urinoir kan. "Druk er maar op," moedigt hij aan.
Het jongetje drukt.
Maar er gebeurt niet.
"Met twee handen dan, kom op, je kunt het kerel," zegt vader, en dan, inderdaad, lukt het. Het water stroomt. Ze kijken er nog even samen naar en dan zet vader de jongen op de grond. "Je gulp," zegt hij, "nooit je gulp vergeten." Het jongetje begint aan de rits van zijn korte broek te trekken, maar het gaat niet. Vader hurkt bij hem neer en helpt hem. Op dat moment, zo dicht bij de grond, zijn ze allebei even groot, en inwisselbaar.
"Gaat Ajax winnen pap?" vraagt het jongetje.
Pap veert overeind. "Natuurlijk joh, wat denk jij? Natuurlijk! Kom, dan gaan we naar mama."
"Naar mama," echootje het jongetje.
Papa reikt hem de hand en langzaam verlaten ze de volwassen, stinkende wereld van het toilet langs de snelweg. Als vader de deur naar buiten opent, kijkt het jongetje nog een keer achterom. Alsof hij wil onthouden hoe het hier was. Alsof er iets groots en meeslepends is gebeurd. Dan trek zijn vader hem over de drempel de zonnige buitenwereld in en valt de deur dicht.
Geschreven op 24 september 2007

