05 september 2007
OOH OOH DEN HAAG
Den Haag is een stad geknipt voor de herfst, vooral Het Lange Voorhout met zijn statige bomen en klinkerbestrating. Dat de bladeren maar mogen vallen en de wind ze langs de straat mag blazen. Alleen al het geluid is niet te overtreffen.
Gisteren liet de herfst zich af en toe gelden in Den Haag. De ene keer scheen de zon uitbundig, de andere keer regende het fel. Er stond een frisse wind uit zee. De man die ik 's ochtends over Het Lange Voorhout zag gaan, was er op gekleed: hij droeg een journalistieke regenjas, zo'n wat versleten, uitgewoonde, zandkleurige regenjas, een jas die bij Den Haag hoort als het standbeeld van Louis Couperus, waar de man langs kwam.
Opvallend was de tred van meneer: hij had een slepend linkerbeen. Na iedere stap met het rechterbeen, pauzeerde hij even om het linkerbeen naar voren te trekken. Vervolgens moest hij duidelijk moeite doen om het been naar voren te plaatsen, even aarzelde dan de linkervoet, maar iedere keer kwam hij toch goed neer. In de rechterhand hield de man, dicht tegen het lichaam aan, een donkerbruine, lederen tas - een dunne tas die hooguit enkele paperassen kon bevatten.
Het Lange Voorhout was nog niet helemaal zichzelf. Er was een tentoonstelling van beelden gaande. Hier en daar stonden plaskruizen en toiletcabines. Het viel niet mee daar doorheen te kijken en de klassieke glorie van deze mooiste straat van Den Haag te zien, maar het lukte door de aandacht op de man gevestigd te houden: zijn trage gang en ietswat gebogen gestalte leek het beeld van een stil, mistig Lange Voorhout te bevatten, de keien nat en glimmend onder de lantarens, de ramen van café De Posthoorn beslagen.
Jawel.
Elders in Den Haag was het business as usual: De Tweede Kamer. Het politieke seizoen ging van start met het herdenken van doden en vragen van Alexander Pechtold over de oorlog in Irak en waarom er van dit kabinet geen onderzoek naar Neerlands bijdrage daaraan mag worden gedaan. Als ik me goed herinner eindigde het politieke seizoen daar voor de zomer ook zo'n beetje mee. Pechtold verwachtte weinig van het antwoord dat de regering, bij monde van Wouter Bos, zou geven, en inderdaad: dat antwoord was hetzelfde als voor de zomer, en stelde dus niets voor.
Het duurde misschien maar een kwartier, deze zinloze schermutseling, maar dat was lang genoeg voor de meeste parlementariers om de vergaderzaal te verlaten om elkaar in de wandelgangen vakantieverhalen te vertellen, te roddelen over Harry van Bommel die als bijnaam nu "Dirty Harry" heeft gekregen en te speculeren over de verdeeldheid in de defensietop over de verlenging van de Uruzgan-missie.
Een wonderlijk bedrijf, die politiek.
De blik ging uit naar de fractieleider van de PvdA, Jacques Tichelaar, die eenzaam de lege banken van zijn fractie aanvoerde. Hij heeft een mooi, ouderwets gezicht, Tichelaar, en veel blijdschap straalt het niet uit, maar daar is dan ook geen enkele reden toe. Hij heeft naar verluid de teugels in zijn fractie strak aangehaald. Zijn fractieleden mogen niets meer zeggen zonder eerst te overleggen met hun blokhoofd (daar zijn er zes van, op diverse terreinen) en worden geacht jaarlijks minimaal tien nieuwe PvdA-leden te werven. Dat laatste is zo'n mooie eis aan een volksvertegenwoordiger dat je er om zou kunnen huilen.
Ach, Den Haag - de enorme meeuwen die bij de haringkraam onder het standbeeld van koning Willem II zitten, ze komen en gaan en weten van niets. Ze houden van de herfst, dat wel.
Geschreven op 05 september 2007

