interviews

26 september 2007

ANGELIQUE

Haar naam is Angelique. Vandaag is ze vanuit de penitentaire inrichting Zwolle naar de rechtbank in Den Bosch vervoerd. Je ziet die witte busjes van justitie wel eens op de snelweg. Ik vraag me altijd af wie er achter de verduisterde ramen zitten. Hoe vroeg moesten ze op, wat hebben ze te eten gekregen, waar gaan ze heen, wat hebben ze gedaan?

Angelique dus.

Ze zit vast in Zwolle in afwachting van de rechtszaak tegen haar. Ze is Schiedam geboren, 1982. Ze heeft in maart van dit jaar haar vriend gedood, door hem te wurgen. Het drama speelde zich af in Vlijmen, niet ver van Den Bosch. Adres: Beneluxlaan. Hoeveel Beneluxlanen zijn er in Nederland?

Vandaag is er een pro-forma-zitting in de zaak tegen Angelique. Eigenlijk zou er al een echt proces moeten zijn, maar de zaak heeft vertraging omdat de milieu-rapportage nog niet is voltooid. De pychiater is wel klaar met Angelique, en de politie ook.

Tot zover de feiten.

De zaak speelt zich af in zaal A van het gerechtsgebouw. Dat is een mooie, houten doos met hoog aan de muren kleurenstudies van Jan Dibbets. Daglicht valt door een koepel in het plafond. Die Dibbets is een goeie kunstenaar – in de serene, maar ook dramatische setting van een rechtszaal is hij perfect op zijn plaats. Of veel verdachten oog hebben voor zijn kunst is een tweede, maar rechters zullen er graag naar staren tijdens de pleidooien van advocaten.

Een deur gaat open.

Een zwaargebouwde agent komt binnen. Hij wordt gevolgd door een vrouw die een paar dikke dossiermappen draagt. Ze heeft een roze vest aan, op een witte blouse, en een zwarte pantalon. Als ze uit een andere deur was gekomen, zou je haar voor een medewerker van de rechtbank hebben gehouden. Maar het is Angelique.

Ze heeft brede heupen, donker haar dat keurig geborsteld langs haar hoofd ligt, halflang. Ze draagt een klein, zwart brilletje en schuift zonder de zaal in te kijken achter het tafeltje dat voor haar is bestemd. In de zaal, er zitten slechts een handvol mensen, snikt even een vrouw met kort rood haar en panties met tijgerprint, een zus van de man die Angelique om het leven heeft gebracht.

Een droog, boos geluid.

Terwijl de dikke agent aan de zijkant van de zaal aan een klein tafeltje gaat zitten, komt Angelique’s advocaat binnen. Hij is nog bezig zijn toga vast te knopen en haast zich naar zijn plaats. Als hij zit, vat de officier van justitie de feiten even samen. Daarna vraagt hij om aanhouding van de zaak, tot alle rapporten af zijn.

Angelique beweegt niet.

Haar advocaat komt overeind en steekt een lang, slissend betoog af. De kern daarvan: het is niet conform de wet dat rapportages van deskundigen zo lang duren. Binnen drie maanden moet een zaak rond zijn. Het is een keurig verhaal, maar er valt geen hoop uit te putten. Angelique blijft gewoon zitten tot haar zaak echt begint. Wanneer dat is, kan de rechtbank ook nog niet zeggen.

Einde.

“Heeft u alles begrepen?” vraagt de president van de rechtbank aan Angelique, “heeft u nog iets te zeggen?”

Angelique knikt, nauwelijks zichtbaar. “Dank u,” zegt ze dan met kleine, heldere, ja, vrije stem. Ze staat op, laat de dossiermappen achter voor haar advocaat en volgt de dikke agent naar de deur. Vandaar zal het naar het busje, en uiteindelijk Zwolle gaan. De familieleden van de dode blijven achter in de zaal. Ze hebben, letterlijk, het nakijken.


Geschreven op 26 september 2007