18 augustus 2007
HOME AND THE HEART
Ze zeggen wel: home is where the heart is. Dat is waar natuurlijk, maar het is ook de titel van een plaat van David Cassidy, en dat is minder goed nieuws. Hoewel: wie kent hem eigenlijk nog, David Cassidy? Hij deed het ooit goed bij de meisjes.
Home.
Mijn thuis is Amsterdam, al ben ik geen geboren Amsterdammer. Dat is helemaal niet erg; de meeste Amsterdammers komen van buiten, zoals ook de meeste New Yorkers niet in New York zijn geboren. Mijn dochters daarentegen zijn wel echte Amsterdammers - ze hebben het in hun paspoort staan. Soms ben ik daar jaloers op.
Amsterdam.
De vraag is of het een fijne stad is. Gisteren bezocht ik voor het eerst in lange tijd het Vondelpark weer eens. Er was van alles veranderd, maar weinig ten goede. Zo zijn overal rotspartijen aangelegd: wat doet in godsnaam de rots in een stad gebouwd op palen?
Maar goed.
In het park kwam ik een vrouw tegen met een rood T-shirt waar in grote, zwarte letters wij amsterdammers.nl op stond. De letters golfden een beetje onhandig over haar boezem, maar ze keek er bij bij. Sinds een aantal jaren is er van gemeentewege een grote campagne voor de stad met als slogan I Amsterdam. Dit was daar kennelijk een antwoord op.
I Amsterdam.
Als je er lang over nadenkt is het een vreemde slogan. Een willekeurig ik is Amsterdam helemaal niet, een willekeurig ik valt er niet mee samen, een willekeurig ik kan er alleen maar doen wat hij of zij wil en dronken op de foto met de enorme letters van de slogan, zoals opgesteld op het Museumplein - ooit een prachtig verkeersplein met als het regende glimmende keitjes en treurige bushaltes, maar sinds jaar en dag een slecht onderhouden grasveld.
I Amsterdam.
De gemeente moet toch een beetje in zijn maag hebben gezeten met het ik-doe-waar-ik-zin-in-heb-individualisme dat de slogan uitstraalt, want ook de slagzin wij amsterdammers.nl is er eentje van hogerhand. Wij Amsterdammers moeten ons immers met elkaar verbinden, zoals bekend, en veel samen thee drinken. Toch is het vreemd, een stad die zowel het ik als het wij omhelst, alsof het allemaal niet uitmaakt. We trekken gewoon een ander marketingpotje open, en hup, daar gaan we.
Amsterdam.
Het is mijn stad, en ik ben blij dat ik weer thuis ben. Er is alweer geprobeerd om in te breken in mijn auto, en bij de buren is een legioen Polen aan de slag, maar bij de Turkse pizzeria wisten ze nog precies welke pizza ik altijd wil. Thijs Römer en Katja Schuurman zag ik ook alweer; samen op een scooter, zij achterop met haar armen om hem heen, glamour in Nederland - de lucht was betrokken.
Ze stonden te wachten bij een verkeerslicht waar vlak voor de zomer nog een meisje werd doodgereden door een rechtsafslaande vrachtwagen. Aan het stoplicht hing nu, zag ik, een grote spiegel die zulks moet voorkomen. In het koffiehuis was het weer fijn lullen over Ajax en de gemiste penalty van Huntelaar en langs het Ij stond de klok van de bunkerplaats Fiwado nog steeds stil op kwart over zeven. Aan de overkant van het grijze water verrees nog altijd de nieuwbouw van Noord, maar waarom zo laag als je ook tot in de hemel kunt bouwen?
Uiteindelijk maakt het niet waar je woont, moet ik concluderen. Home is where the heart is, inderdaad - en wat Amsterdam betreft, is mijn eigen buurt mij genoeg. De rest is voor toeristen.
Geschreven op 18 augustus 2007

