interviews

06 juli 2007

OVER SCHOONHEID

Even over schoonheid. Wat is mooi? Mijn vrouw is mooi. Dat durf ik best te zeggen. Toen ik haar net kende, was ze ook mooi, maar heel anders. Toen was ze romig, nu is ze veertig. Toen was ze jong en onzeker, nu niet meer. Eigenlijk is alleen haar mond in de loop der jaren niet veranderd. Op haar mond viel ik destijds. Een hele struikelpartij was dat. Ik zie mezelf nog liggen in haar trapgat.

Ze heeft een hele mooie mond, zeg maar een mond waar je alle kanten mee op kunt. Hij is groot, om te beginnen. Zelf heb ik ook een grote mond, dus dat is lekker makkelijk. Monden moeten goed bij elkaar passen. Het is een mond met veel lip, die van haar. Het is een mond die goed kan lachen, schaterend. Het is ook een mond die fijn sikkeneurig kan staan. De enige die ook zo'n mond heeft is Brigitte Bardot. Een mond die alles vertelt, ook als er geen woorden uitkomen, een mond als een wonder - zonder lippenstift, met lippenstift, doet er niet toe, maakt allemaal geen zak uit, een supermond.

Beauty is in the eye of the beholder. Ik ben even kwijt van wie die uitspraak is, maar hij klopt als een bus. Schoonheid is een kwestie van kijken. Je kunt heel meedogend naar een vrouw in een burka kijken, in feite een spookachtige verschijning, en vanzelf wordt ze dan mooi, dankzij de gemoedstoestand waarin je kijkt. Richt je een warme, vergevingsgezinde blik op de gebouwen van Carel Weber, ach, dan worden ze best mooi. Relativeren, dat zouden de mensen meer moeten doen. Zichzelf, de ander, alles. Er is veel te veel ernst, sowieso ongezellig.

Als je zielsveel van je man houdt, maar hij heeft toevallig een wrat op zijn kinnebak, zo eentje waar ook nog een haar uit groeit, dan vindt je die wrat prachtig, en trek je die haar er met liefde uit, zo simpel is het. Idem dito met de Fiat Multipla, de lelijkste auto ooit ontworpen. Maar als je pet goed staat, en het weer zit mee, kun je hem ineens zomaar wonderschoon vinden. Nu draag ik geen pet, maar misschien zou ik dat moeten gaan doen. Of dat zal eindigen met een Fiat Multipla lijkt me sterk. Ik zie mezelf al zitten zeg, met een pet op in een Multipla. Misschien vindt mevrouw Bril het wel een mooi plaatje. Ja, je weet het niet.

Is Katja Schuurman mooi?

Het schijnt van wel. Ik heb haar wel eens ontmoet. Verwarrende ervaringen waren dat. Oog in oog met Katja durf je haar eigenlijk niet aan te kijken. Stel je voor dat je iets vindt dat niet perfect is, een oorlel waar iets aan mankeert, een wimper die niet goed zit, dat werk. Dat zou toch vreselijk zijn. Tegelijkertijd zijn het de kleine gebreken die schoonheid extra glans geven. Honderd procent perfectie is verschrikkelijk. Er moet iets niet deugen. Maar in het geval van Katja heeft alleen meneer Schuurman daar kijk op. Hij zou ons eens uitgebreid moeten informeren over Katja's gebreken. Ik gok op een vervormde kleine teen aan haar linkervoet, een onwillig nageltje.

Schoonheid is een gesel, zoals bekend. Het zijn altijd de anderen die voorschrijven wat mooi is. Sartre, die zelf verschrikkelijk lelijk was, zo lelijk dat het weer mooi werd, heeft daar een boeiende uitspraak over gedaan, over die anderen. De anderen, dat is de hel. Zo is het precies. Wie heeft bijvoorbeeld ooit bedacht dat stevige, ronde borsten mooi zijn? Ik vind ze helemaal niet mooi, en vooral niet als ze nep zijn. Borsten moeten hangen, en niet staan. Wat ik daarentegen wel mooi vind is het opkomst en ondergang van een stel borsten. Ik zou daar wel eens een spannend boek over willen lezen.

Mijn eigen dochters zie ik dezer dagen prille borstjes ontwikkelen. Dat vind ik aandoenlijk, en mooi. Het vertelt me, onder andere, dat mijn meiden vrouwen worden, dankzij mijn vrouw, want mijn eigen bijdrage in de opvoeding is te verwaarlozen. De jongens van mevrouw Bril ken ik van buiten, uit hun gloriedagen, maar ook uit andere tijden. Niets is zo mooi als het natuurlijke verval van een boezem. Alleen het woord verval deugt niet - het is geen verval, eerder een omgekeerde bloei. De kunst is, dames en heren, jongelui, om met de tijd te leven, en de tijd schrijdt nu eenmaal voort, tot de dood daar is, jawel. Al het andere is een leugen, schoonheid voorop.



Geschreven op 06 juli 2007