21 mei 2007
VROUW IN BRASSCHAAT
Brasschaat is het Wassenaar van België. Om belastingtechische redenen wonen er veel Nederlanders. Nina Brink bijvoorbeeld. Een andere landgenoot zat gistermiddag op het terras van afspanning De Kroon - middenin het dorp, aan de Bredasebaan. Het was vrij rustig op het terras, maar aan de overkant bij brasserie Chopin was geen stoel meer vrij. Brasschaat maakte zich op om te gaan lunchen.
De zon scheen.
De landgenoot was een dame aan de verkeerde kant van veertig, maar bijzonder goed geconserveerd. Ze was blond, had het haar in nonchalant opgestoken krullen, droeg een zwart ensemble met een lange rok met hoge split en een grote zwarte zonnebril die met veel zilverwerk was gepimpt. Verder had ze felrode lippenstift op, felrode schoenen met een kek hakje aan, een rode handtas en een zwart hondje met een rode halsband om. Het hondje lag op de grond, aan haar voeten.
De dame was in gesprek met een tengere, timide man. Hij had grijs haar, en droeg een grijze pullover over een roze overhemd. Hij had een kaki-kleurige Dockersbroek aan, donkerblauwe sokken en donkerbruine, suede schoenen. Wat hij zei was onverstaanbaar, wat zij zei helemaal niet. Beiden dronken koffie - hij espresso, zij een koffie verkeerd. Ze kenden elkaar nog maar net - een minuut of tien, of korter. Na wat plichtplegingen en koetjes en kalfjes kwam zij meteen terzake. Ze had vaker met het bijltje gehakt.
"Ik heb niets met kinderen! Kinderen zijn zo'n ellende. Ik was laatst bij de opticien, en daar was ook een moeder met zo'n peuter. Of een kleuter, whatever, weet jij het verschil? Die zat de hele tijd overal met zijn tengels aan. Op een gegeven moment liep hij rond met zo'n hele mooie tafelspiegel. Als het mijn kind was geweest, had ik gezegd: "je gaat nu zitten, en je houdt je kop." Ja toch? Maar goed, jouw meiden zijn groot. Gelukkig!" Ze lachte uitbundig, maar het was niet duidelijk waarom; een half hese, half schetterende lach, opdringerig, zou je kunnen zeggen. Behalve in zwart en rood, was ze trouwens in parels. Ze droeg een parelcollier, een armband van parels, een gouden ring met een parel en oorhangers met parels.
De man zei iets terug.
Hij was een Vlaming.
"Ideaal toch, dat ze zo dichtbij je wonen? Dan kunnen ze langskomen wanneer ze willen. Hou oud zijn ze?"
De man gaf antwoord.
"Wil je nog een koffie? Ik trakteer." Weer die lach, met deinend, uitdagend décolleté. Ze zette haar zonnebril even af. Kleine ogen had ze, verrassend genoeg, met blauwe oogschaduw aan de onderkant. Ze keek naar de man, en het leek alsof hij zich ongemakkelijk voelde onder haar blik. Ze zette snel de bril weer op en wenkte een ober. De man vroeg haar iets.
"Ooh joh," antwoordde ze luid, "al jaren. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Het leuke leven van een single. Jezus Christus! Ja, ik ga er een boek over schrijven. Wat je niet meemaakt. Vindt je niet? Hoe lang ben jij nou gescheiden? Het is net een open riool."
De man lachte.
Hèhè, eindelijk.
Een grote wolk schoof voor de zon, maar de vrouw hield haar zonnebril op. Haar knalrode mond had iets van een vlinder. "Je moet elkaar recht in de ogen kunnen kijken," zei ze, "eerlijkheid is het belangrijkste." En weer lachte ze hard.
Geschreven op 21 mei 2007

