22 mei 2007
TEGEN HET FIJNSTOF
Gisteren zwermden de leden van het kabinet uit over het land om ideeen op te doen. Als het maar goed afloopt met al die ideeen. Of zou het kabinet aan het einde van dit malle 100-dagen-project gewoon zeggen dat het er goed voorstaat met Nederland, en verder bedankt voor de tips? Dat zou sterk zijn, maar ik zie het niet gebeuren.
Minister Camiel Eurlings van Verkeer en Waterstaat bezocht in dit verband de gemeente Putten. Daar werd hij op het parkeerterrein van strand Nulde luidkeels welkom geheten door de burgemeester - een joviaal, ongeschoren heerschap met een woest gestreepte stropdas en de versierselen van zijn ambt, meneer Van Putten. Soms geloof je je oren niet.
De minister kwam op het parkeerterrein kijken naar drie vindingen die de hoeveelheid fijnstof op en en rond de Nederlandse snelwegen moeten kunnen verlagen. Allereerst was daar een soort stofzuiger, gebouwd op een vrachtwagen. Met tachtig kilometer per uur is dit monster in staat het fijnstof uit het asfalt te zuigen, en de boel nog netjes en nat achter te laten ook. Een idee van de firma's Heymans en Van Gansewinkel. Eurlings luisterde beleefd naar de toelichting en bekeek hoe het voertuig reed. "En met hoeveel procent neemt de hoeveelheid fijnstof nu af?" vroeg hij toen.
"Er zijn signalen dat het iets oplevert," antwoordde de man van Heymans voorzichtig, "maar de exacte afname is moeiijk te zeggen."
Eurlings knikte, maar iets in zijn blik was gedoofd.
Gauw door naar het volgende project: een al even indrukkende wagen van de firma's Bam, Nido en Nedmag, een grote tankwagen eigenlijk, met achterop draaiende sproeiers. De kern van het idee was hier dat een speciaal mengsel van zout en water op de weg werd gespoten dat het fijnstof min of meer vasthield. In Scandinavische binnensteden was met deze methode het fijnstofpercentage met 46% teruggedrongen.
"Dat geeft moed," riep de minister uit.
"Maar er zijn wel wat haken en ogen," zei de deskundige die het weten kon, "zo gebruiken ze in Scandinavie heel ander asfalt."
Eurlings staarde naar de horizon.
Op naar de derde vinding: van het bouwbedrijf Dura Vermeer. Dit was verreweg de meest wonderlijke vinding, de Twister. Hij was gemonteerd op een kar achter een lange truck zonder opbouw. Vooraan de kar bevond zich een soort rubberen schuif die als de wagen reed, over het asfalt duwde. Daardoor ontstond luchtwerveling en al die lucht kwam via een scheef opstaande wand in de kar terecht waar een paar muurtjes van schuimrubber waren gebouwd. Dat schuimrubber filterde het fijnstof uit de lucht: als de wagen een dag rond reed, doorsneed hij een miljoen kubieke meter lucht en 98% daarvan werd gezuiverd. En het idee ging nog verder, zo verklaarde Laurens Smal van het bedrijf: als je alle vrachtwagens met een filter zou uitrusten, zouden de vervuilers zelf voor schone snelwegen zorgen.
"Moeten ze dan allemaal met zo'n grote kar achter hun wagen rijden?" vroeg de minister ongelovig.
Dat bleek niet het geval: op iedere vrachtwagen kon een eenvoudig filter worden gemonteerd, luchtwerveling genoeg op een volle snelweg. "En zo ruimt de vervuiler zijn eigen rotzooi op," besloot Smal met een grijns. In actie kon de minister de Twister niet zien, helaas, want hij moest verder naar een paar innovatieve geluidsschermen die verderop langs de A28 stonden opgesteld, en daarna moesten er broodjes worden gegeten in het aanpalende Mercure-hotel. Een mooi leven heeft zo'n man toch: overal naartoe, en overal ideeen horen. Nu de files nog oplossen.
Geschreven op 22 mei 2007

