interviews

16 mei 2007

SOEP IN EEN ZAK

WEGENS SUCCES VERKLEIND! meldt een triomfantelijke reclamecampagne van Unox die dezer dagen overal in het straatbeeld hangt. Welk succes? Soep in een gezinszak. Daarom is er vanaf heden ook soep in een één-persoonszak.

Ik zie mezelf al zitten.

Met zo'n zak op schoot.

Ik heb het er moeilijk mee. Soep hoort niet in een zak. Soep hoort in een blik, liefst een roestig blik dat achterin de voorraadkast op een wonder staat te wachten. Soep in een zak is vooruitgang waar ik niet om heb gevraagd. Soep in een zak bevond zich tot de introduktie van Unox volkomen buiten mijn blikveld en verbeeldingsvermogen. Soep in een zak was eenvoudig ondenkbaar.

Word ik een oude lul? Dat is mogelijk.

Is er iets tegen? Dat kun je je afvragen, maar welk antwoord ook te voorschijn komt, het is niet afdoende. Want onvermijdelijk wordt iedere jonge hond een oude lul. Of je moet in de bloei van je leven dronken tegen een boom rijden.

Dan bén je een zak.

Soep in een zak doet doet mij aan yogurt in een zak denken. Friesche Vlag heeft een yogurtje op de markt dat in een zak zit. Dopje losdraaien, en zuigen maar. Ja, er komt een dag dat we niet meer weten wat een lepel is. Ook glazen hebben een hun langste tijd gehad. Bij een benzinestation zie ik wel eens een man in een pak zo'n yogurtzak afrekenen. Je gelooft je ogen niet. Even later staat hij als een baby aan de tuit te zuigen.

Freud zou het wel weten.

Vijf jaar geleden mocht ik iedere vrijdagochtend naar het ziekenhuis om daar een uur of wat aan een infuus te liggen. Er werd mij op die manier akelig gif toegediend dat goed was voor de gezondheid. De zusters waren lief en soms droom ik nog van mijn lotgenoten, sommigen inmiddels dood. De soepzak doet mij aan de infuuszakken van toen denken. Ijzig koud was de vloeistof die mijn bloed in stroomde, ineens weet ik het weer, kouder dan de dood.

Bedankt, Unox.

Je kunt natuurlijk ook een andere kant op denken. Een beetje vrolijkheid kan immers geen kwaad. Maar als een associatie er eenmaal is, doe je er niets meer aan, dan is zo'n soepzak reddeloos verloren.

Om Unox toch nog een kans te geven, ben ik naar de supermarkt gelopen - om zo'n zak in handen te houden. Ik vond het maar eng aanvoelen.

Alsof er iets leefde in de zak.

En ik wil geen levende soep.

En één-persoonszak vind ik trouwens ook heel erg triest klinken. Alsof er een enorme markt van eenzame mannen is die op die zakken zit te wachten. Een vrouw alleen zie ik nog niet zo snel met een solozak tomatensoep in de weer. Het is typisch iets voor mannen, sukkels tot op het bot, laten we eerlijk zijn.

Maar goed.

Ik kwam dus zonder soepzak thuis, maar het humeur was wel opgeknapt. Weer iets waar ik geen behoefte aan had, weer iets dat niet aan mij was besteed, weer iets dat ik met een gerust hart links kon laten liggen. Tot hier niet en verder - op een gegeven moment is het genoeg. Het kost soms wat moeite om dit inzicht te bereiken, maar dan heb je ook wat.

Geschreven op 16 mei 2007