05 mei 2007
NEUKEN EN PRATEN
"Waar denk je aan?" Dat is een vraag die ik vaak stel. Vooral aan mijn vrouw. Eigenlijk alleen aan mijn vrouw. Zij wordt er soms stapelgek van. Ze is best bereid haar gedachten met mij te delen. Maar niet op commando. Bovendien betwijfelt ze of ik wel werkelijk geinteresseerd ben in wat ze denkt. Volgens haar stel ik de vraag alleen maar omdat ikzelf niets te melden heb. Dan moet zij de kar maar weer trekken met een leuk verhaal.
Is dit zo?
Waarschijnlijk wel. Als ze aan mij vraagt waar ik aan denk, geef ik meestal een ontwijkend antwoord. En als ik de energie niet heb om even net te doen alsof ik aan iets leuks dacht (wat ik zelden doe, want het leven is een hellegang), of er schiet me gewoon niets te binnen, dan zeg ik: "Nergens aan." Ik betrap mezelf er ook wel eens op, trouwens, dat ik écht nergens aan denk. Het kan dus. Nergens aan denken. Maar verkoop het maar eens.
"Dat kan niet, je denkt ergens aan. Ik zie het aan je."
Daar heb je het al: vrouwen zien meer dan mannen. Mijn vrouw kan bijvoorbeeld zien dat ik gespannen ben. Of dat ik ergens over loop te tobben. Dat er iets aan me vreet, whatever. Andersom kan ik dat soort dingen helemaal niet aan haar zien. Daar kun je mee zitten, in een huwelijk. Maar ik ben natuurlijk niet helemaal gek. Als ze vrolijk is, mijn schat, ontgaat me dat niet. Maar de dieperliggende dingen, die zie ik niet.
"Je bent gewoon niet geinteresseerd," krijg ik dan te horen.
Dat is niet waar. Want daarom vraag ik immers: "Waar denk je aan?" Maar volgens haar zit het anders in elkaar. Volgens haar vraag ik het alleen om de stilte te vullen, en haar de verantwoordelijkheid op te dringen daar iets aan te doen. Idem dito met de vragen "Wat zullen we eten?" "Wat zullen doen?" Ik heb geen flauw benul en als zij met een voorstel kom, kan ik het afkammen. Ja, het is me wat, dat huwelijk. Je loopt tegen de gekste dingen aan.
Toch hou ik erg van mijn vrouw.
Een ander probleem. Mannen willen neuken, vrouwen willen praten. Sorry dat ik het zo lomp formuleer. Maar het komt hier op neer: eerst gezelligheid, een fijn gesprek, wat humor, waxinelichtjes in de tuin, een glaasje erbij, dan, misschien, als de sterren goed staan: het slaapkamerwerk. Wine and dine, om het kort samen te vatten. Maar in het huwelijk is er vaak maar weinig te zeggen, zie boven, of weinig tijd. Dan is de omgekeerde weg de betere. Eerst de wip, dan het kletsen. Echtelieden beiden voldaan en tevreden; back to basics, dat praat fijn. Niet in slaap vallen is essentieel. Daarom een tip: doe het overdag, of 's avonds met alle lichten aan. Niets zo benepen als seks in het donker, en onder de dekens. Hoewel, er is ook wel weer iets voor te zeggen. Tenzij de een verkwikt wordt door de daad, en de ander juist in loomheid wegdommelt.
Toch nog even verder.
"Je hebt zeker zin?"
Kent u die vraag? Waar ziet ze in het Godsnaam aan? Ik heb mijn mond niet opgedaan. Niets eens gevraagd waar zij aan dacht. En nu dit? Ik heb niet eens zin. Maar nu wel. Haar schuld. Wedden dat zij geen zin heeft? Eerst praten. Kom op, maar waarover? De kinderen? Dat is geen fijn begin. Zij zou het wel graag willen, de zorgen sharen, weet je wel, maar ik zou het liever over de Kamasutra hebben. Of over jurkjes en schoenen. Maar wat eigenlijk op het programma staat: we moeten het over de boekhouding hebben. Ook al zo'n voorgerecht dat je de lust tot verdere consumptie ontneemt. Geld. Niets is dodelijker voor seks dan geld, en geldzorgen spannen de kroon. Waarom is seks trouwens belangrijk?
Ook zoiets.
Nou ja, vanwege dat praten.
"Zeg eens wat man!" roept mevrouw wel eens uit, "overal heb je praatjes, maar thuis doe je geen bek open!" Ja, wat moet ik daar op antwoorden? Dat ik nou juist zo graag thuis kom omdat ik dan niets hoef te zeggen? Eindelijk mezelf kan zijn? Het moet niet gekker worden. Maar de ervaring leert dat het juist wel altijd gekker wordt. Dat noemen we dynamiek. Maar er komt een dag dat ik alles omdraai. Buiten de deur zwijgend en nors, en binnen een kwetterende kletsmajoor. Ja, je moet bezig blijven in het huwelijk. En praten dus!
Geschreven op 05 mei 2007

