interviews

20 mei 2007

LAATST HAD IK EEN IDEE

Laatst had ik een idee. Ik heb wel vaker een idee, maar dit was een goed idee. Heel goed zelfs. Het liet me niet los. En het was simpel - altijd een goed teken. Als ik het vertelde aan mensen, zeiden ze allemaal dat het een geweldig idee was. Dat heb je vaak met een goed idee. Het is zo goed, en zo eenvoudig, iedereen ziet het over het hoofd. Maar ik niet - ik had het. En ik zag mezelf al helemaal binnenlopen, want dat is toch wel het allermooiste van een goed idee. Je bent meteen miljonair.

Wat te doen?

Een idee is maar een idee. Het is eigenlijk niets. Iedereen heeft ideeen. Het ene idee is weliswaar beter dan het andere, of slechter, de kunst is natuurlijk het idee te verkopen. Ik had nog even het plan het idee zelf te verwezelijken, maar dat bleek al snel te veel werk, en bovendien te duur. Ook dat hoort bij een goed idee: het is altijd veel werk (waar je geen zin in hebt) en het is altijd duur (en geld heb je niet). Ik moest dus met het idee de boer op. Daar moet je van houden, maar ik had geluk: na een rondje bellen kon ik langskomen bij een durfkapitalist.

Mooi woord.

Durfkapitalist.

Ik gooide zijn naam even in de zoekmachine en kwam erachter dat hij drie jaar jonger was dan ik, veertig miljoen op de bank had staan en prominent lid was van een heel netwerk van nog meer durfkapitalisten. Hj durfde overal in te investeren. Zeilschepen. Dierentuinen. Tijdschriften. Internetbedrijven. Hij was bezig met zijn derde huwelijk en had geen hobby's.

Helemaal mijn type.

De afspraak was bij Jan Tabak in Bussum. Ik was er eerder dan een durfkapitalist, maar hij herkende me gelukkig wel. Ik hem trouwens niet, want hij was in vrijetijdskleding. Zij markante kop ging schuil onder een pet van het Spyker-formule 1-team. Op de pet zaten zoveel logo's van zoveel firma's dat het wel leek alsof hij daardoor zo zwaar was dat hij over de wenkbrauwen heen was gezakt. Of misschien had de durfkapitalist gewoon de verkeerde maat pet op, of de gaatjes aan de achterkant niet goed afgesteld. Toen hij tegenover me zat, en een tomatensap had besteld, deed hij de pet gelukkig af. We lulden circa anderhalve minuut over koetjes en kalfjes en toen was het vooruit met de geit.

"Zeg het maar," zei de durfkapitalist.

"Ik heb een idee," zei ik dapper.

"Laat maar horen," zei de durfkapitalist.

Ik deed mijn idee uit de doeken. Eerlijk is eerlijk: het is zo'n goed idee, je hebt het zo verteld. Het is simple comme bonjour. Een ABC-tje. Een inkopper. Ik maakte er toch nog een beetje een produktie van, anders heeft zo'n man het gevoel dat hij voor een wel heel simpel idee uit zijn lommerrijke tuin is gekomen.

"Superidee," riep de durfkapitalist uit toen ik klaar was. Hij keek om zich heen en matigde zijn volume. "Briljant. Ik zie het helemaal voor me."

Ik droogde mijn toch wat klamme handen aan het tafellaken en haalde opgelucht adem. Of andersom. Mijn idee was succesvol te water gelaten. Zo voelde het. Nu maar wachten op de zilvervloot.

"Heb je ook een businessplan?" vroeg de durfkapitalist.

"Een businessplan? Nee," antwoordde ik, "ik heb een idee."

"Een idee is mooi, en een goed idee helemaal," begon de durfkapitalist, "maar zonder businessplan ben je nergens. En hoeveel geld kun je er zelf insteken? Heb je een hypotheek? Kun je hem verhogen? Kun je geld lenen? Rijke ouders? Erfenisje dat wacht?"

Ik keek de durfkapitalist eens goed aan. Hij had vriendelijke, blauwe ogen. Hij zag er niet uit alsof hij me ging belazeren. Zo ver ik begreep had hij veertig miljoen op de bank staan, en ik niets behalve een goed idee dat ik hem zojuist had verteld. Volgens mij moest hij nu met geld over de burg komen, en konden we daarna verder. Of was het goede idee niets waard?

"Heb je het afgedekt?" vroeg de durfkapitalist, "heb je er ruchtbaarheid aan gegeven? Of kan ik het zo van je jatten?" Hij lachte en legde vervolgens uit dat een goed idee dus een goed idee was, maar pas echt een goed idee als ik er zelf financieel voor, pak hem beet, twintig procent in zat. Dan wilde hij er eventueel wel voor tachtig procent in. Daarmee was ik inderdaad mij idee kwijt, maar ja - zo ging het nu eenmaal in de echte wereld. En nee - het idee kopen voor een tonnetje of wat, dat wilde hij niet. Dat hoefde ook niet, want iedereen kon het verzinnen. Zo goed, en zo simpel was het. Briljant. Om niet te zeggen: ik was mijn idee kwijt.

Geschreven op 20 mei 2007