14 mei 2007
HET BEELD VAN LELY
Ik rij graag over de Afsluitdijk. Vierendertig kilometer hartstikke rechtdoor, waar vindt je dat in dit land? Maar ik vraag me altijd af in welke richting de dijk nou het mooist is. Van Den Oever naar Friesland, of van Zurich naar Noord-Holland.
Of is dat geen vraag?
Vorige week reed ik naar Groningen. Over de Afsluitdijk. Wat mij niet bevalt, is dat vanaf de Noord-Hollandse kant het Monument van Dudok meteen is te zien. Eigenlijk zou het Monument precies op de helft moeten liggen. Dat zou de dijk, voor het gevoel, langer maken. Eerst een tijd niets, links gras, rechts water, en dan aan de horizon een toren. Maar nu zie je Dudok meteen.
Oké.
Ik reed daar dus, en toen ik het Monument passeerde, zag ik links op het parkeerterein een kraanwagen een groot standbeeld op een sokkel hijsen. Het was ingenieur Lely die in de touwen hing. Een televisieploeg filmde hoe hij rechtop werd gezet.
Voorbij was ik.
De ingenieur spookte tot Breezanddijk door mijn hoofd. Hoorde hij niet eigenlijk aan het begin van de dijk, bij Den Oever? Had ik hem daar de laatste jaren niet meer gezien? Stond hij niet ook in Lelystad? En waarom had ik hem herkend als ik me niets van hem herinnerde? Ik nam de afslag naar het bezinestation, at een gevulde koek en vergat bij de koffieautomaat van Douwe Egberts een beker onder de tuit te zetten. Buiten waaide het, een trucker bladerde in het pornoblad Foxy. Ingenieur Lely verliet mijn gedachten.
De volgende dag reed ik weer over de dijk, nu de andere kant op. Ik geloof toch dat ik de mooiste rit vind, van Friesland naar Den Oever. Onder het viaduct van kapitein Boers door, langs Kornwerderzand, de Lorentzsluizen en het Kazemattenmuseum waar ik nog nooit ben geweest. Maar een mooi woord is het zeker: kazemat. En ik vraag me ook altijd af wie kapitein Boers was, en waar hij het aan te danken heeft dat er een viaduct naar hem is vernoemd. Opzoeken, neem ik me dan voor, en soms noteer ik het zelfs, Boers, checken, maar nooit komt het er van; zo gaan die dingen.
Ik passeerde Breezanddijk, en in de verte doemde links de toren van Dudok op. Een paar kilometer later was ook, op de dijk rechts, de enorme gestalte van ingenieur Lely te zien. In zijn lange, dikke jas leek hij nog het meest op de enorme Lenin die de bouwondernemer Henk Koop of het erf van zijn bedrijf in Tjuchem heeft staan.
Ik stopte deze keer.
Het waaide erg hard op de dijk. De wind kwam uit het Zuidwesten. De ingenieur was zo geplaatst dat hij zijn flapperende jaspanden precies de verkeerde kant op stonden: de bronzen reus had de wind in de rug, terwijl in werkelijkheid de wind recht in zijn baard en dromerige ogen blies. Het was een wonderlijk gezicht - een kleine zinsbegoocheling eigenlijk. Het beeld zou op een sokkel moeten staan die kan meedraaien met de wind, zodat de ingenieur altijd goed staat, met de wind in de rug.
Ik vervolgde mijn weg. In de verte zag ik de Stevinsluizen bij Den Oever al liggen. Daar voorbij, en dan de Wieringermeerpolder in, op huis aan. Ingenieur Lely stierf overigens voor de Afsluitdijk, zijn meesterwerk, was voltooid, deze maand vijfenzeventig jaar geleden. Ja, de geschiedenis is overal.
Geschreven op 14 mei 2007

