11 mei 2007
EEN TIKFOUT
Niets is zo erg, voor een schrijver, als een drukfout. Nee. Nóg erger is een tikfout die in een boek terecht komt. Of in een krantenstuk. Dan kan de schrijver niet eens de drukker de schuld geven. Dan is het zijn eigen schuld. Oké, ook een beetje de schuld van de eindredacteur. Maar die had de fout over het hoofd gezien als hij niet was gemaakt. En daarmee is de schrijver terug bij zichzelf, en zijn fout.
Gisteren had ik een tikfout in de krant staan.
Was het bij één gebleven, dan had ik er maar een uur de pest over in had gehad. Maar het waren er vijf. Of laat ik het nog preciezer zeggen: het was vijf keer dezelfde tikfout. Dan probeer je koortsachtig te reconstrueren wat er de vorige dag, toen je het stuk schreef, mis ging. Waarom je de fout vijf keer maakte.
Waar dacht je aan, toen je klaar was met schrijven? Aan het mooie weer? De terrassen op straat? Een boek dat je ineens wilde kopen? Waren je sigaretten op en had je daarom haast? Belde er iemand en werd je daardoor afgeleid? En hoe kan je in hemelsnaam als je een stuk af hebt en je herleest het vijf keer dezelfde tikfout missen?
Kortom: de pest in.
En aldus gebeurde het dat ik met een gedeukt zelfvertrouwen en de ziel onder de arm om kwart voor tien 's ochtends door de Oude Boteringestraat in Groningen liep. Ik had geen doel, en behalve de tikfout (vijf keer!) niets om aan te denken. Ik probeerde mezelf moed in te praten, maar ook dat lukte nauwelijks. Het ging een verloren dag worden, dat was volkomen duidelijk. Het liefst was ik een leuke nymfomane tegen het lijf gelopen. Ik draai nu al heel wat jaren mee, maar nymfomanes ben ik nog nooit tegengekomen. Bestaan ze eigenlijk wel?
Toen gebeurde het.
Er vloog aan de overkant van de straat (ik bevond me net bij de winkel van Akse - gespecialiseerd in hoortoestellen, het zal wel niet lang meer duren of ik word doof, ging het logisch door me heen) een zware deur open. Een meisje van een jaar of twintig in een strak dichtgegorde regenjas holde het trapje naar de stoep af. Achter haar viel de deur langzaam dicht, dramatisch. Het meisje droeg jeans met wijde pijpen, gympen. Ze had lang blond haar. En haar gezicht was rood van het huilen. De tranen liepen over haar wangen. Ze haastte zich weg - pal voor mij langs, de Broerstraat in. Ik was zo van slag dat ik vergat achter haar aan te gaan om haar te troosten. Mijn tikfout was ineens ver weg.
Ik stak over naar de deur waar ze uit was gekomen en klom het trapje op. Op het bord naast de deur stond dat zich hier de afdeling Talen en Culturen van het Middenoosten van de Rijksuniversiteit Groningen bevond, Mediaevistiek, Grieks en Latijn. Nieuw Grieks en Byzantinologie. Had het huilende meisje te horen gekregen dat ze gezakt was voor een tentamen? Lag haar toekomst nu in duigen? Ze had er trouwens niet uitgezien als een meisje dat Byzantinologie studeerde, maar het maakte haar verdriet wel aangrijpender. Ja, even leek het erop dat ik weer zin kreeg in het leven.
Maar toen keerde de tikfout terug. Vijf keer dezelfde! Ik vervolgde mijn weg naar nergens. Was ik maar achter het meisje aangegaan om haar te troosten. Dan had ik nu een verhaal gehad.
Geschreven op 11 mei 2007

