interviews

01 mei 2007

EEN MEIKEVERPLAAG

Bij aankomst is er veel hetzelfde, maar ook zijn er dingen veranderd. Dat is het nadeel van een huis in Frankrijk; het staat daar maar, in dat vreemde, verre land, en het leven gaat door, bewoners aanwezig of niet.

Jammer.

Wij troffen, toen we het erf opreden, onze favoriete boom bijna aan het zicht onttrokken door een wolk dikke, trage, zoemende insecten die zo sloom waren dat ze soms zomaar uit de lucht vielen. Het bleek, na korte studie, te gaan om meikevers – en ze hadden het bladerdek van de boom al voor driekwart opgevreten.

Wat te doen?

Het antwoord op de vraag lag bij de boer, maar om nou zomaar bij hem binnen te vallen met een dode meikever in de hand was ook weer zo wat. Bovendien schrijft de etiquette van het platteland voor dat wij op hem moeten wachten: aan hem is het iniatief om hernieuwd kennis te maken. Dat kan dagen duren, maar ook een een uurtje. Deze keer dook hij al snel op, nieuwsgierig geworden door het gegil van de kinderen die voortdurend meikevers op hun hoofd kregen. Nadat we elkaar de hand hadden geschud, wees ik hem op de wolk rond mijn boom.

De boer haalde zijn schouders op.

Het was niets, zei hij daarna, nou ja, het was wel wat, maar je deed er niets aan. Het was een plaag dit voorjaar. Gebrek aan regen, smeltende ijskappen, het gat in de ozonlaag – daar kwam het door. Niets was als vroeger toen alles inzichtelijk was als glas wijn, maar nu kwam die wijn uit Australie en Chili. Dit gezegd hebbende, keken we tijdje zwijgend naar de boom en de meikevers. Ik vroeg maar op wie hij ging stemmen.

Tsja, zei hij, er waren twee mogelijkheden: of hij stemde straks op een vrouw, of op Sarkozy. En aangezien het socialisme niet strookte met een leven lang ploeteren op je eigen land, ging het Sarkozy worden. In de eerste ronde had hij Bayrou gestemd, maar ja – die lag er nu uit. En met vrouwen moest je sowieso oppassen. Vooral als ze praatjes hadden.

De boer vertrok.

De meikevers gingen door met het ontbladeren van onze boom. Ik maakte een wandeling door de nederzetting, en het bleek dat de plaag waar de boer het over had alleen onze boom aandeed. Zo gaat het nu altijd. Gebeurt er eens wat, gebeurt het alleen op ons erf. Ik besloot er werk van te maken en bouwde twee grote vuren onder de boom: zoals de imker zijn bijen op afstand houdt met rook, zo ging ik de meikevers nu verjagen. Het bleek alleen niet te werken, en het scheelde maar weinig of de hele boom brandde af.

De hogedruk-spuit!

Een briljant idee van een van de kinderen. Terwijl vader en moeder de slangen uitrolden, gingen zij er alvast goed voor zitten. Dit werd een spektakel. En inderdaad: dat werd het, want niet alleen vielen de meikevers nu met duizenden tegelijk op de grond, ook wat nog resteerde aan bladerdek, verdween als sneeuw voor de zon. Aan de werkzaamheden kwam een abrupt einde toen vlakbij een paar knetterende onweerslagen klonken.

Ook dat nog.

Kort daarop gutste de regen naar beneden, en weer wat later zagen we op TV dat het de hele week slecht weer zou zijn. Als gezegd: altijd wat, op het Franse platteland. En nooit zit het mee, maar altijd tegen.

Geschreven op 01 mei 2007