interviews

25 april 2007

MANNEN EN AUTO'S

De Utrechtse automarkt is een fenomeen. Iedere dinsdagochtend bij de Veemarkt: duizenden klanten, vele honderden auto's. De klanten vooral uit Rusland, Litouwen, Estland, Polen, Bulgarije, Tjechie, de auto's allemaal uit Nederland.

Wat is het met die mannen uit het voormalige oostblok, dat ze zo herkenbaar zijn? Hoekige, grove gezichten hebben ze, allemaal met een grauwe kleur. Ze dragen oude kleren, en spreken hoekige, grove talen. Ze zijn meestal in groepjes. Je ruikt de achterstand die ze hebben, en de bijna dierlijke gretigheid om hem zo snel mogelijk in te lopen.

Het complex waar de handel plaatsvindt, is omgeven door hekken. In het midden staan enorme loodsen. Aan de rand daarvan zijn zelfbebedieningsrestaurants en kantoren waar Nederlandse kentekenplaten kunnen worden omgeruild voor witte export-platen. Er kunnen ook verzekeringen worden afgesloten. De eigenlijke markt is buiten - op de parkeerterreinen.

We treffen Leo.

Leo is een man die iedere week een auto koopt, en op dinsdag hier verkoopt. Hij kan er niet van leven, maar wel bijna. Hij verhuurt ook wel eens wagens, en heeft nóg wat handeltjes lopen. Vandaag heeft hij een donkerblauwe Fiat Mareo ELX Weekend, 1.9 diesel, turbo, 105 PK in de aanbieding. Hij wil er 2900 euro voor hebben. De auto is van de eerste eigenaar, alle papieren, alle bonnetjes van alle onderhoudsbeurten zitten erbij. Leo heeft hem gekocht van een Volvodealer die hem had ingeruild. "Een perfecte wagen," zegt hij, terwijl hij aan een sigaartje trekt, "helemaal goed. Ga maar achter het stuur zitten."

Dat doen we niet.

Een al wat oudere Rus met een gezicht alsof hij in Afgahistan tegen de taliban heeft gevochten, meldt zich. Hij loopt een paar keer om de wagen heen. Leo opent de motorkap, en poetst even met een doek de koplamp van de wagen schoon. De oude Rus trekt aan een slang die niet meegeeft. Hij mompelt goedkeurend. "Ein superwagen," voegt Leo hem toe. Tegen mij zegt hij: "ik verkoop die Russen alleen goeie wagens, ze moeten er een heel eind mee rijden."

De oude Rus biedt 2350 euro.

Leo trekt zich even vertrouwelijk met hem terug, en maakt een berekening op de achterkant van zijn sigarendoos. Hij toont de Rus de getallen en roept: "Ich bankrupt, ich bankrupt." De potentiele klant is er niet van onder indruk, maar loopt wel een nieuw rondje om de Fiat. Daarbij kan hij het niet laten even tegen een van de banden te trappen. Hij meldt zich opnieuw bij Leo, en biedt 2500 euro. Leo wijst het bod af, en de Rus slentert weg. "Die gaat zijn vrienden halen," zegt Leo vol vertrouwen, "die gaat hem kopen."

We vervolgen onze weg over de markt. Overal staan groepjes jongens en mannen om auto's. Ze hebben er allemaal verstand van, lijkt het wel. Sommigen kruipen met grote zaklantarens onder oude Audi's om te kijken hoe het met de vering zit. Anderen nemen met z'n vieren plaats in een Mercedes (bouwjaar 1992, 2000 euro) om te ervaren hoe het nou is om met z'n allen in een Mercedes te zitten.

Heerlijk, maar de koop ketst af.

Heel veel auto's worden ook wél verkocht. Het parkeerterrein achter de markthallen vult zich langzaam met steeds meer auto's waar witte nummerplaten op zitten. Straks, als de ochtend er op zit, rijden de nieuwe eigenaars ermee naar tankstation Picobello en daarna over de A 1 terug naar Polen, Estland, Letland, Rusland. Nu eten ze eerst nog een zak patat en een halve rookworst. Ze hebben een stukje achterstand ingelopen.

Geschreven op 25 april 2007