interviews

22 april 2007

GODSDIENST, ETCETERA

De zon schijnt en ik lees in Het Parool dat minister Vogelaar zich heeft voorgenomen een groot debat over de Islam te entameren. Dit om Geert Wilders de wind uit de zeilen te nemen, en ons te verlossen van de angst voor die vreemde godsdienst met z'n vreemde gebruiken.

Van mij mag het.

Maar ik doe niet mee aan het debat. Ik ben om te beginnen niet bang voor de islam, ook geen aanhanger van Geert Wilders en ten derde niet bereid over godsdienst te discussieren. Iedereen mag van mij in Sinterklaas geloven, ik bedoel: ieder zijn meug en zolang ik er maar geen last van heb.

In hetzelfde Parool-verhaal lees ik dat mevrouw Vogelaar, halverwege de 100 dagen waarin ze langs de oude wijken trekt die in prachtwijken moeten veranderen, vooral is opgevallen dat in die probleemwijken vaak een gebrek bestaat aan voorzieningen voor jongeren, zoals een jongerencentrum en mogelijkheden om te sporten.

Daar schrik ik van.

Het is typisch PvdA-denken om verloedering, straatttereur en jeugdcriminaliteit te willen keren met jeugdhonken, maar me dunkt dat die oplossing twintig jaar geleden al dramatisch faalde. Wie zich als minister op de mouw laat spelden dat een jeugdhonk de oplossing is, heeft bovendien Het Marokkanendrama van Fleur Jurgens niet gelezen. In dat sombere boekje wordt genadeloos afgerekend met jeugdhonken. En Ella Vogelaars partijgenoot, de stadsdeelvoorzitter van het Amsterdamse Slotervaart, Ahmed Marcouch, komt er zo in aan het woord: "Ouders klagen dat er te weinig vertier is in de buurt, voor hun zoon. Daarom krijgt hij de verkeerde vrienden en raakt hij in de fout. Dan zeg ik: uw zoon kan op loopafstand zwemmen in de Sloterplas en met de tram mooie meisjes kijken op het Leidseplein." Eigen initiatief, eigen keuzes, daar gaat het om.

Maar ja.

In de Volkskrant lees ik even later dat kardinaal Simonis de islam hoog heeft zitten. Hij prijst de gemeenschapzin van die religie en is eigenlijk jaloers op de vroomheid van de echte moslim. Die heeft de kans hoger in de hemel te komen dan hij, Adrianus Simonis, al vijftig jaar in touw voor de Kerk van Rome. Het zal allemaal wel, denk ik, heerlijk in het zonnetje, én: wat een treurnis.

Nog meer vroomheid.

De wet van de koestal is een instruktief boek van Sytze Faber over de opkomst van de Christenunie. Maandenlang was de auteur te gast bij fractievergaderingen en na de verkiezingen zelfs bij bijeenkomsten van het formatieteam van André Rouvoet. Weliswaar vindt de auteur, een oude ARP-man, dat de godsdienst "niet zwaar tegen de hanenbalken hangt" bij de Christenunie, toch wordt er voortdurend gebeden in zijn boek. En iedere fractievergadering begint met de voorlezing van een tekst uit het Oude Testament: "naast Habakuk maakten ook de bijbelboeken Jozua, Samuël, Ester en Daniël furore. De rode draad lijkt mij te zijn dat steeds beschreven wordt hoe rechtvaardige mensen in een vijandige omgeving met Gods hulp op de been blijven."

Het is fijn om enig inzicht te krijgen in de wereld van André Rouvoet en zijn Christenunie, en om de zondagsrust te offeren aan de lektuur van een boek is best overkomelijk, maar toch werd ik er somber van: gereformeerden aan de macht, Balkenende is er ook eentje, Bos een halve, een miljoen moslims in het verdomdhoekje en een kardinaal die aan het einde van zijn loopbaan de weg kwijt is: wie herinnert zich nog de tijd dat we het gewoon niet over godsdienst hadden?

Geschreven op 22 april 2007