interviews

27 april 2007

DE GAPENDE MAN

Vanochtend liep ik op straat, en ineens moest ik gapen. Het was een zomerse ochtend, en de jonge moeders kwamen op hun lege bakfietsen terug van de scholen en bewaarplaatsen waar ze hun kroost hadden gestald. De dames zagen er stukken vrolijker uit dan op de heenweg, altijd frappant.

En allemaal droegen ze opwaaiende zomerjurken - zonder loodjes aan de zomen. In een ver verleden waren er speciale loodjes die fietsende dames aan hun rokken konden bevestigen om te voorkomen dat de wind er grip op kreeg. Waarmee maar weer eens is aangetoond dat vroeger heus niet alles beter was - in tegendeel dus.

Hoe dan ook: ik liep te gapen.

Je kunt in stilte gapen, maar je kunt er ook een hoop herrie bij maken. Je kunt zelfs gapen tot de tranen je in de ogen springen. Alledrie de varianten kwamen voorbij, en dat terwijl ik me niet moe voelde, eerder kwiek en dartel door de aanblik van al die jonge moeders - het lijkt wel alsof er steeds meer komen. Sommigen fietsen met hun bakfiets naar huis om daar over te stappen op een gewone fiets, anderen generen zich niet en rijden op de bakfiets naar hun werk. Ik had bijzonder veel contact met de dames - juist door dat gapen. Vriendelijke glimlachen, bezorgde glimlachen, ronduit stralende glimlachen.

Het is bekend dat gapen aanstekelijk werkt, maar dat kon ik niet proefondervindelijk hard krijgen. Geen van de dames beantwoordde mijn gegaap door ook te gapen. Jammer natuurlijk, want twee weten meer dan één en samen gapen op de openbare weg zou je zelfs een intieme gebeurtenis kunnen noemen, en helemaal als de tegenpartij een mooie vrouw is, waarmee overigens niet gezegd is dat ik iets tegen minder mooie vrouwen heb. Ook met hen kan het fijn gapen zijn.

Maar het gebeurde dus niet.

Enigzins teleurgesteld (een kinderhand is gauw gevuld, maar een kind ook snel verdrietig, en ik koester het kind in mij) kwam ik op kantoor aan en daar verdiepte ik me meteen verder in het gapen. Wat blijkt: de wetenschap weet eigenlijk niet waarom mensen gapen. Er zijn theorieen die zeggen dat goed gapen het zuurstofgehalte in het bloed verhoogt en het koolstofdioxidegehalte te verlagen. Dit zou dan verklaren waarom mensen gapen als ze moe zijn, dan hebben ze extra zuurstof nodig.

Maar ik was niet moe.

En verveelde me niet.

Dan zijn er deskundigen die gapen zien als een communicatiemiddel. Mensen lachen als ze iets leuk vinden, mensen gapen als ze iets stom of langdradig vinden.

Ging ook niet op.

Tot slot er een theorie die stelt dat gapen een restant uit de oertijd is; in die tijd zou gapen een middel zijn geweest om gedrag te coordineren. Kijk, in dat geval liep ik dus met een vooropgezet plan te gapen, zij het onbewust, want een restant uit de oertijd. Ik was gewoon hitsig, en zocht andere hitsigheid. Ander gedrag zag ik me in ieder geval, gezien de omstandigheden, niet coordineren. Getverderrie, inderdaad. Gelukkig stelt de theorie dat het alleen succesvol kon verlopen als er ook hartstochtelijk wordt terug-gegaapt. En als gezegd, op dat punt vistte ik achter het net. Bij nader inzien een goede zaak.

Kortom.

Daar zat ik op kantoor. Het gapen leek ineens heel ver achter me te liggen. De radio meldde nog hogere temperaturen voor de volgende dag, en ik nam me voor dan nog meer te gapen. Zo'n reflex uit de oertijd moet toch een keer werken.

Geschreven op 27 april 2007