interviews

04 maart 2007

STERVEN IN PYJAMA

Liesbeth Brouwer uit Groningen vraagt zich af waarom mensen in pyjama’s slapen. Dat is inderdaad een goeie vraag. Je zou hem ook af kunnen doen als volstrekt zinloos, maar dat is flauw. Een vraag waar je mee zit, verdient het met enige achting te worden behandeld. Dat is mijn standpunt. Anders kun je net zo goed de hele wetenschap overboord zetten. Zinloze en/of domme vragen kunnen bovendien tot verrassende inzichten leiden. Waarmee overigens niet is gezegd dat dat nu ook gaat gebeuren.

De belangrijkste reden dat mensen in pyama’s slapen is natuurlijk dat het lekker warm is. Maar wat nog veel warmer is, weet Liesbeth Brouwer, is een ander lichaam in bed – in haar geval het lichaam van Jeroen Koornhof met wie ze al veertien jaar samen is. Jeroen moet dan natuurlijk geen pyjama dragen, maar gewoon lekker naakt zijn, net als Liesbeth, want “wat is er warmer en lekkerder dan met twee naakte lijven tegen elkaar aan liggen?” Daar heeft Liesbeth een punt, maar als je nou geen Jeroen hebt om tegen aan te kruipen? Zelfs dan vindt ze naakt slapen beter dan in een pyjama, en in noodgevallen is er altijd nog de electrische deken.

Goed.

Wie dragen er dan wel pyjama’s? “Saaie gereformeerden? Of komt het in alle lagen van de bevolking voor? Is er een verband met een slecht sexleven of een slechte relatie? Of is het echt alleen maar de kou? En dan ook nog twee dekbedden zeker? En hoe gaat het als je onverhoopt zin krijgt in sex? Even de pyjamabroek naar beneden, of gaat ie dan echt uit en na de daad weer aan?” Ja, Liesbeth heeft haar hoofd gebroken over de zaak. Het zijn allemaal vragen waar ik ook geen antwoord op weet, al moet ik toegeven dat ze wel van het kaliber zijn waar je een tijdje zoet mee bent. Het denken eraan levert prachtige beelden op. Niet alleen de wetenschap is dus gediend met domme en/of zinloze vragen, ook de verbeelding en de kunsten varen er wel bij.

Dit brengt mij bij mijn eigen pyjama, een zin die ik nooit verwacht had ooit te zullen opschrijven. Mijn pyjama was lichtblauw, van badstof en hij kwam van de Hema. Je zou het eigenlijk eerder een soort trainingspak moeten noemen. Ik droeg hem toen ik een jaar of tien was. De gestreepte, katoenen pyjama met jasje en knopen en broek met glup was door de Hema van de markt verdreven. Groot en klein, iedereen droeg eind jaren zestig zo’n slobberig slaappak dat overigens best prettig zat, vooral als het een paar keer was gewassen, zodat het ook nog heerlijk naar zeep, frisse lucht en linnenkast rook, een geur die toch wel tot de mooiste behoort die er zijn. Hoe dan ook; in zo’n Hema-pyjama bracht ik mijn jeugd door en toen ik eindelijk op mijn achtiende het ouderlijk huis verliet, vergat mijn moeder niet twee verse exemplaren in mijn bagage te verstoppen.

Nooit gedragen.

Het is niet zo dat ik, zoals Liesbeth en haar Jeroen een principiele naakslaper ben. Het is eerder zo dat ik een ongelofelijke hekel aan pyjama’s heb. Niet aan zijden negligeetjes voor dames trouwens. Maar zelf wil gewoon niet geuniformeerd te bed liggen, en al helemaal niet in iets dat me aan mijn kindertijd, danwel aan oude mensen in ziekenhuizen doet denken – want daar, in de gezondheidszorg, hoort de pyjama thuis, tenminste; dat viel me jaren later op toen ik een blauwe maandag gehospitaliseerd was – dit doet mij overigens denken aan de schone onderbroek. “Jongen, heb je wel schoon goed aan, stel je voor dat je een ongeluk krijgt en in het ziekenhuis blijkt dat je een vieze onderbroek (ook van de Hema) aan hebt.” Mantra uit menige jeugd. Niemand die het over mijn onderbroek had toen ik eindelijk in het ziekenhuis terecht kwam, maar wel diende de vraag zich aan of ik geen pyjama nodig had.

Nee dus, nooit een pymama!

Wie een pyjama draagt, gaat dood, erger nog: je zult je laatste adem uiyblazen terwijl je een pyjama draagt. Dat is pas erg, hoewel, iets passends heeft het ook wel weer: we komen als kind, en we gaan als kind, als je pech hebt tenminste. Waar het dus om gaat, en daar hebben Liesbeth en Jeroen gelijk in, is zo lang mogelijk te verbijven in de zone tussen kindertijd en ouderdom, zeg maar: de pyjamaloze tijd. Getrouwde stellen die op hun drieendertigste allebei in pyajama in bed schuiven, moeten zich zorgen maken – zij zijn of vroegoud, of nooit opgegroeid. Ze leven niet echt.

Geschreven op 04 maart 2007