interviews

14 januari 2007

HAAR OF GEEN HAAR

Even een delicaat onderwerp: schaamhaar. Waar is het gebleven? In Parijs zag ik laatst het beroemde schilderij l’Origine du Monde van Courbet: een stevig behaard, vrouwelijk geslachtsdeel, van iets wijdbens liggende vrouw.. Er is niets smerigs of pornografisch aan dat schilderij, het is eerder een landschap, delicaat en golvend, met het grootste geheim aan het zicht onttrokken door kort krullend zwart haar. Wat we zien, met andere woorden, is puur en simpel een kut zoals een volwassen kut nu eenmaal is.

Elders in Parijs werd ik getroffen door een tekening van Rodin: Avant la Création. De beeldhouwer had min of meer hetzelfde perspektief gebruikt als Courbet, aan de voeten van de vrouw, maar aan zijn titel te oordelen ging zijn kut vooraf aan die van Courbet, ik bedoel: laatstgenoemde heeft het over het begin van de wereld, of de beschaving, en Rodin plaatst zijn tekening nadrukkelijk daarvoor: avant la creation. Er is (dan ook?) geen haartje te zien bij Rodin, maar wel besteed hij frivole aandacht aan de schaamlippen, als een vlinder liggen ze achteloos tussen de dikke dijen. In dezelfde tentoonstelling van Rodin zijn overigens nog veel meer geslachtsdelen te zien, de meesten wel met haar. Niet dat dat haar er toe doet, het ging Rodin om de beweging van zijn vrouwen. Hij tekent ze terwijl ze zich afdrogen, hun haar doen, aan hun oksel krabben of zich masturberen – voor iets onbenulligs als haar heeft hij geen tijd, zoals hij ook zelden een gezicht tekende.

Terug naar het haar, maar we blijven in Parijs. In het Centre Pompidou is momenteel een grote expositie van het werk van Yves Klein te zien. Deze Franse kunstenaar, reeds lang dood, is vooral bekend om zijn monochrome blauwe schilderijen, maar hij maakte ook een serie werken waarbij hij naakte vrouwen als penseel gebruikte; dat wil zeggen: Klein smeerde ze in met blauwe verf en liet de dames daarna in een zorgvuldige choreografie hun naaktheid tegen smetteloos wit linnen drukken. Zo lullig als het klinkt, zo adembenemend waren de resultaten, maar daar gaat het nu niet om.

Het schilderen met levende penselen liet Klein natuurlijk uitgebreid documenteren, en die films zijn bij Pompidou nu ook te zien. Behalve de potsierlijke ernst van de kunstenaar (en het omringende publiek op klapstoeltjes, een strijkje in jacquet op de achtergrond) valt daarbij vooral het uitbundige schaamhaar van de naakte modellen op, ja, ik kan er ook niets aan doen. Grote, zwarte driehoeken, echte bossen – het tegenovergestelde van wat je tegenwoordig met elegantie associeert. Ineens zag ik weer hoe erotisch het eigenlijk wel niet is, schaamhaar, hoe opwindend de bedekking van de lippen en het ultieme geheim, en ik herinnerde me de naakte vrouw die met haar armen gespreid voor een koe in een weiland poseerde voor de PSP: wat een bos hout had die meid voor de deur!

Nog altijd zullen de meeste vrouwen hun schaamhaar gewoon dragen zoals het komt, hooguit wat bijgepunt en aan kant geschoren als de zomer in aantocht is, vanwege de bikini, maar dat is niet het beeld dat we ervan hebben, verre van. We denken tegenwoordig bij kut aan streepjes, toefjes, plukjes, zorgvuldig getrimde heuveltjes, of zelfs van ieder haartje ontdaan, aan landingsbanen en brazilians. Het is ons verteld (door wie eigenlijk?!?) dat we dat mooi vinden, maar wat is er eigenlijk zo mooi aan? Het is hooguit hygienisch, en hoe schoon hygiene ook is, met esthethiek heeft het eigenlijk niets te maken – echte schoonheid immers ontstaat in conflict met oneffenheden, en echte schoonheid bedekt zich liever dan er mee te koop te lopen. De kale kut (excusez le mot) is vergeleken met haar behaarde zusters een brutaaltje, een makkelijk succes. Daarbij doet ze ook net iets teveel aan kinderen denken.

Enfin.

Ik kan me vergissen, dat is niet uitgesloten. Het is misschien ook wel geen goed onderwerp. Aan de andere kant werd me de afgelopen weken van verschillende kanten gevraagd of er ook onderwerpen zijn die weliswaar interessant zijn, maar toch onbehandelbaar, en waarom dan? Dit onderwerp is misschien zo’n onderwerp, maar een beetje behandeld heb ik het wel, hoop ik – waarmee dus in ieder geval is aangetoond dat mij niets te min is. Lang leve het schaamhaar, het woord zegt het al, en weg met de schaamteloosheid.

Geschreven op 14 januari 2007