20 januari 2007
CHINEES IN WAALWIJK
Laatst was ik in Waalwijk en ik had ineens zin in een loempia. Dat kun je zo hebben. Na enig zoeken kwam ik bij de plaatselijke Chinees. Ik lieg niet als ik zeg dat hij De Lange Muur heet. Maar het had natuurlijk ook Peking kunnen zijn. Hoe dan ook, ze hadden een speciale ingang voor afhalen, en ik kwam in een met schotten van het eigenlijke restaurant afgeschermde ruimte terecht waar een paar sleetse stoelen stonden, een gokautomaat en een klein tafeltje met een oude leesmap erop. Ook was er een zelfgetimmerd barretje waar een Chinese jongen achter stond te drentelen. Zijn witte overhemd vertoonde plekken van slijtage. Helemaal niet erg. Hij glimlachte vriendelijk, maar ook vermoeid.
Ik was al lang niet bij een afhaalchinees geweest, maar voelde me meteen thuis. Sommige dingen mogen nooit veranderen. De afhaalchinees hoort daarbij. Hij is een echte, Hollandse klassieker. Ondanks dat ik wist wat ik wilde, nam ik de menukaart ter hand. Het was een fors exemplaar: dikke, geplastificeerde pagina's in een kunstlederen map versierd met uitbundige Chinese tekens. Ik bladerde er rustig in rond, en liet het aanbod op mij inwerken. Het was adembenemend, zoals het hoort bij de Chinees. Honderden gerechten, allemaal voorzien van een nummer. Soms kom je bij een Chinees waar ze kleine kleurenfoto's op de kaart hebben staan. Dat hoort niet zo. Dat is een zinloze innovatie. Nummers wil ik zien, hoe meer hoe beter.
Ik bestelde mijn loempia.
De jongen, hij was al behoorlijk ongeduldig geworden, noteerde mijn bestelling op een klein notitieblokje van Heineken. Helemaal goed. Hiij scheurde het velletje los, draaide zich om naar een luik dat hij omhoog schoof. Ik zag een flits van de keuken, helverlicht door TL-buizen. De jongen stak zijn hoofd door de opening, riep iets in het Chinees en sloeg het afgescheurde velletje met mijn loempiabestelling op een prikker die klaar stond in de keuken. Voordat het luik dichtviel, zag ik nog net een oude man in een koksbroek en een wit T-shirt richting de prikker schuifelen. Hij ging zich over mijn loempia ontfermen. Ik rekende alvast af.
Het wachten begon.
Ik ging op een van de stoelen zitten en bladerde in een oude aflevering van Weekend. Het leed onder de mensen is verschrikkelijk, zoals bekend, maar ook sterren en prinsessen hebben hun zorgen, begreep ik. De deur ging open, een tochtvlaag trok naar binnen en een oude heer met een geruite pet op meldde zich bij het barretje. Hij nam, net als ik voor hem, de menukaart ter hand. Anders dan ik ging hij er bij zitten, misschien wist hij werkelijk niet wat hij wilde, of had hij zin zich even te laten betoveren door het geweldige aanbod; al die gerechten, al die variaties, al die lekkernijen en onbekendheden: een wereld gaat voor je open, als je er over nadenkt.
Dat deed de oude heer, zo te zien, en er verscheen een vochtige zweem over zijn ogen. Was hij een oude zeeman met goede herinneringen aan Shanghai, had zijn onlangs overleden vrouw altijd foeyonghai gegeten en schoot zijn gemoed vol bij het passeren van dat gerecht op de kaart? Had hij gewoon last van zijn ogen?
Een zakdoek kwam te voorschijn, en de man depte zijn ogen. Hij sloeg de kaart dicht, en stond op. Hij bestelde een nasi-goreng speciaal, met extra kroeppoek. Het kwam eruit alsof hij deze bestelling al vijfentwintig jaar plaatste, en ik had het idee dat hij het gebakken eitje al bovenop de nasi kon zien liggen. Ik zag het ook, in ieder geval, maar dan bovenop de bami: plakje ham erbij, perfect. De jonge ober noteerde de nasi-goreng haastig, geirriteerd dat hij er zo lang op had moeten wachten, opende het luik, slaakte zijn kreet en sloeg de bestelling op de prikker. Het luik klapperde weer dicht, de oude heer met de pet kwam tegenover me zitten. We keken elkaar even vluchtig aan, alsof we wachtenden waren bij de tandarts, en toen nam ook hij een tijdschrift uit de leesmap.
Flats!
Het luik vloog omhoog, en daar was mijn loempia. De jonge Chinees pakte het plastic zakje aan, en riep: "Eén loempia!" Ik stond op. "Lekker," mompelde de oude heer met de pet zonder op te kijken van zijn Panorama. Of hij had het over mijn loempia, of over Kim Holland die bij hem op schoot lag. Ik haastte me weg, de duisternis van Waalwijk in.
Geschreven op 20 januari 2007

