18 april 2006
EEN UITJE MET PASEN
Het is nog vroeg als ze vertrekken: vader, moeder en hun twee kleine kinderen, de jongste net geboren. Vader, hij kan niet ouder dan dertig zijn met zijn rode krullen, haalt op een draf de auto die aan het einde van de straat staat. Moeder warmt haar gezicht aan de prille zonnestralen. De baby staat in zijn bakje op het dak van een geparkeerde auto.
“Ik wil niet naar opa en oma,” zegt het andere kind – een klein ventje met een brilletje op. Hij heeft hetzelfde rode haar als zijn vader.
‘We blijven niet lang,” zegt zijn moeder. Zo jong als haar echtgenoot is, zo bleek is zij.
“Dat zeg je altijd, mam,” antwoordt het ventje.
“Is dat zo?” vraagt ze zonder zich naar het kind te wenden. Ze heeft haar ogen dicht, zonlicht schittert in de schakels van de gouden ketting om haar hals.
Vader is nu aan het einde van de straat en heeft de auto gestart. Hij komt achteruit aangereden.
“Mag ik voorin zitten?” vraagt het jongetje.
“Nee,” zegt zijn moeder, “dat mag niet van de politie.”
“Van papa mag het wel.”
“Van papa mag het wel,” herhaalt de jonge moeder met haar ogen nog steeds dicht. Het klinkt alsof in dat handjevol woorden haar hele leven is samengevat. Een dunne glimlach verschijnt op haar gezicht. Ze is moe, oké, maar niet ongelukkig.
Papa is er inmiddels met de auto, en hij stapt uit.
Hij werpt een snelle blik op zijn vrouw en pakt het bakje waarin de baby ligt van het dak van de geparkeerde auto. “Kom op schat,” zegt hij terwijl hij de achterdeur van de BMW opent om het bakje op de achterbank te zetten.
“Jaja, ik kom,” mompelt de vrouw – ze doet haar ogen open, met tegenzin, knipperend tegen het felle licht. Ze pakt haar tas op en loopt naar de auto.
“Mag ik voorin pap?’ vraagt het jongetje. Hij is om de auto heen gelopen en staat naast het grote, corduroy achterwerk van zijn vader die bezig is de baby en zijn bakje vast te snoeren.
Pap antwoordt niet.
“Nee, Felix, jij zit achterin, met Mylou,” roept de vrouw, terwijl ze aan haar kant het achterportier alvast voor hem opent. “En niet zeggen dat hij wél voorin mag,” zegt ze tegen haar man.
“Van opa mag het ook,” gooit het jongetje zijn laatstde troef in de strijd.
“Je hebt het gehoord,” zegt zijn vader die klaar is met de baby, “het mag niet van je moeder. Hup, instappen.” Hij neemt de jongen bij de hand en ze lopen samen om de auto heen, achterlangs.
De jonge moeder loopt intussen voor de auto langs, een hand streelt even de motorkap, en opent haar portier. Ze stapt in en draait zich onmiddellijk om naar de baby die is gaan huilen. Al doende graait ze in haar tas naar een speen die ze eerst even in haar eigen mond en dan in de babymond stopt.
De jonge vader helpt zijn zoon de auto in, en in zijn zitje. Hij doet hem de riemen om, slaat de deur dicht en gaat achter het stuur zitten. Hij kijkt even naar zijn vrouw die haar veiligheidsgordel omdoet, naar hun huis dat stil en leeg langs de stoep staan, en brengt dan de auto in beweging.
Geschreven op 18 april 2006

