04 april 2006
EEN VROUW DIE GOED PIJPT
Voor een onderdeel moest ik laatst naar een sloperij, in de buurt van Hoofddorp, nou ja, voorbij Hoofddorp eigenlijk, meer in de buurt van Nieuw Vennep. Kwam ik daar – was er niemand. Wel veel autowrakken, diepe plassen, lege oliedrums en een grommende Mechelse herder aan een ketting, maar geen man die me aan een achterlicht voor mijn Volvo kon helpen.
Ik scharrelde dus wat rond.
Aan de rand van het terrein, ontdekte ik na een tijdje, stond een groene, scheefgezakte direktiekeet. Voor de ramen hingen luxaflex. Ernaast stond een oude zwarte BMW met koeienvellen over de stoelen en een hoop lege bierblikjes op de achterbank. In de keet hoorde ik het gestommel van voetstappen, een radio.
Ik wilde aankloppen, maar toen zag ik een klein belletje naast de deur zitten. Ik drukte op het knopje – binnen klonk een harde, ouderwetse tringtring. Ik vond het zo mooi dat ik nog een keer op het knopje drukte. Weer tringtring. Het was een knopje waar je hard op moest duwen, een knop uit een ander tijdperk.
Goed.
Er gebeurde niets. Althans: niet in eerste instantie. Binnen klonk nog steeds muziek, maar geen gestommel meer. Maar toen hoorde ik toch voetstappen aan de andere kant van de deur. Ze leken me van iemand die op sokken liep, gek genoeg.
De deur ging open.
Een deur kan op verschillende manieren opengaan: zwaaiend en uitnodigend, op een kier en achterdochtig. Deze deur koos voor de laatste optie. Een jonge blonde vrouw keek naar buiten. “Ik verwacht niemand,” zei ze.
Ze droeg een zwart, kort jurkje – een onderjurk, bij nadere beschouwing. Of een van haar schouders had ze een grote tatoeage. Ze was op blote voeten. Het jurkje had z’n beste tijd gehad, haar borsten hingen er bijna uit. Ze had een hard, hoekig gezicht en piekerig, blond haar. “Of kom je voor Sharon?” vervolgde ze. “Die is er nog niet.” Op de achtergrond pingelde een mobiele telefoon. “Wacht even,” zei, en ze liep weg.
De deur bleef op een kier staan. Ik gaf er met mijn voet een klein duwtje tegen. In de keet stond een groot, oud bankstel. Er brandde een string rode lampjes – kerstverlichting. De vrouw boog over een boodschappentas naast de bank om haar mobiel te pakken. Het zwarte jurkje kroop omhoog – ze droeg geen slipje. Het begon me langzaam te dagen wat zich hier in de oude keet afspeelde. “Er is nu iemand. Over een half uur, oké?” Ze kwam terug naar de deur. ‘Wil je niet binnen komen?” vroeg ze.
Ik had natuurlijk over het achterlicht voor mijn auto moeten beginnen, maar de situatie was zo surrealistisch dat ik haar volgde. De deur deed ik achter me dicht. De ene wereld is de andere wereld niet: er zijn allerlei werelden die parallel naast elkaar bestaan, soms raken ze elkaar even, door toeval, door omstandigheden. Dit was zo’n moment, mijn nieuwsgierigheid won het van mijn vrees.
Het stonk in de keet.
Een moeilijk te definieren lucht. Seks misschien, oude seks dan. Volle condooms en gebruikte tissues in een uitpuilende prullenbak. Gecombineerd met de lucht van toileteend, Nivea, en gas van het kleine kacheltje dat in de hoek brandde. Verscha ld bier ook. Ik draaide wat rond.
In een andere hoek stond een tafel met een grote computer, waarnaast een hoge stapel DVD’s – porno. Een koffiezetapparaat, een volle asbak, twee pakjes shag die open lagen, beiden alleen nog voorzien van wat kruim – de vloeitjes op. Aan de muur hing een poster van een blonde chick in een motorpak; haar tong hing nat tegen haar bovenlip geplakt, de ritsen van het pak stonden open.
“Honderd euro pijpen en neuken,” zei de vrouw nu tegen me. Ze stond me afwachtend aan te kijken, de hand op de klink van een deur die kennelijk naar een bed voerde.
“Ik kom voor een autoonderdeel,” zei ik.
“Ik pijp heel goed. Zeggen ze,” vervolgde ze. Misschien kwam het vaker voor dat mannen voor een bumper of een koplamp langskwamen en en passant een nummertje maakte. Ik durfde intussen nauwelijks naar haar mond te kijken, en keek dus maar naar haar blote voeten – ze had stompige, kinderlijke tenen.
“Vijftig euro extra, dan is het zonder condoom en mag je in mijn mond klaarkomen,” sprak ze geroutineerd. Ik zag nu dat er boven de deur waarvan ze de klink in de hand hield een kleine sticker met een 1 was geplakt. Verderop was een andere deur, waar de 2 boven hing – de kamer van Sharon.
“Schat, ik ga weer,” zei ik.
“De jongens zijn er nog niet, ze komen meestal na twaalfen,” zei ze nu.
“Hoe kom je hier terecht?” vroeg ik.
‘Ik werkte eerst thuis, maar de buren begonnen te zeiken. Dit zijn vrienden, weet je wel. Ze vinden het geen probleem.”
“Heb je veel klanten?”
“Soms wel, soms niet. Zometeen eentje.” Ze lachte. Er ontbrak een tand in haar gebit. Ik moest er niet aan denken dat ze goed kon pijpen.
“Nou ja, ik ga,” zei ik nogmaals, en ik bewoog me naar de deur.
“Goed hoor, misschien tot ziens,” zei ze, en ze gaf me een kaartje waar alleen een 06-nummer op stond, geen naam, geen foto, geen adres, alleen die tien kleine cijfertjes. Ik stopte het in mijn zak en stapte de koude, schrale wereld van het autoslopen weer in. Ik maakte nogmaals een wandeling tussen de wrakken, maar nog steeds was er niemand. Het achterlicht dat ik zocht, zag ik ook nergens.
Uiteindelijk liep ik terug naar mijn auto, op het kleine, met grint belegde parkeerterreintje aan het begin van het bedrijf. Er stopte net een blauwe Opel Corsa naast. Een man in een verkreukeld krijs pak stapte uit. We keken elkaar aan en zeiden niets. Hij slenterde nonchalant weg – duidelijk de klant waar het meisje dat goed pijpte op wachtte. Ik dacht aan haar ontbrekende tand.
Geschreven op 04 april 2006

